Nieuws

14 sep

Reiskostenvergoeding doorbetalen bij ziekte

Een kwaliteitsmanager werkt acht tot tien uur per week in loondienst. Naast haar salaris ontvangt ze een netto vergoeding van € 160 per maand voor woon-werkverkeer. In de overeenkomst staat dat ze deels thuis kan werken. Feitelijk hoefde ze maar eenmaal per maand op kantoor te zijn. Dan kon ze bovendien met haar man meerijden. Als ze ziek wordt, betaalt de werkgever de vergoeding niet meer. Via de rechter vordert ze betaling.

Uit mailverkeer voorafgaand aan de indiensttreding blijkt dat partijen hebben gezocht naar een manier om het gewenste netto inkomen bij zo laag mogelijke bruto kosten te bereiken. De werkgever nam daarbij bewust een risico door een fiscaal bovenmatige reiskostenvergoeding als netto beloning af te spreken. Partijen zijn zich er steeds van bewust geweest dat tegenover de € 160,-- per maand geen reële kosten stonden. Daarmee vormt de vergoeding volgens de rechter een loonbestanddeel dat de werkgever ook bij ziekte moet doorbetalen.

Tip: Uw loondoorbetalingsplicht bij ziekte kan netto kostenvergoedingen omvatten als duidelijk was dat tegenover die vergoedingen geen echte kosten zouden staan. In zo’n geval is de vergoeding immers gewoon extra netto loon.

Lees meer
14 sep

CV-fraude ontdekt: salaris terugbetalen?

Iemand solliciteert op de functie van psychotherapeut. In zijn CV vermeldt hij eerdere functies,  opleidingen en lidmaatschappen van beroepsverenigingen. Hij wordt aangenomen, gaat aan de slag, maar functioneert slecht. De werkgever ontdekt forse CV-fraude. Ontslag volgt. Maar de werkgever wil ook het betaalde salaris terug en vernietigt de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht wegens bedrog. Kan dat?

De bescherming van de werknemer als zwakkere partij in het arbeidsrecht werkt ook hier. Voor vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog moet de werkgever bewijzen dat deze (vrijwel) geheel nutteloos is gebleken. Als er inmiddels op basis van de arbeidsovereenkomst is gewerkt, valt dat niet mee. Volgens de rechter is de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden immers geen argument. Gewerkt is gewerkt. Dus terugvorderen van salaris is in dit geval niet mogelijk.

Let op: Helaas komt het regelmatig voor, CV-fraude. Als u de kandidaat aanneemt en deze gewoon aan het werk gaat, kunt u de arbeidsovereenkomst, als het bedrog uitkomt, niet zomaar met terugwerkende kracht vernietigen en het betaalde salaris terugvorderen.

Lees meer
14 sep

Fiscus vraagt bewijsstukken na zes jaar

Voor een verbouwing gaat een huiseigenaar in 2007 een extra hypothecaire lening aan van € 93.500. Deze neemt hij in zijn aangifte op als eigenwoningschuld. De Belastingdienst vraagt in 2013, bij controle van de aangifte 2010, bewijs dat de hypotheekverhoging uit 2007 is aangewend voor de eigen woning. Dat kan de eigenaar dan niet meer bewijzen. De aangiften 2010, 2011 en 2012 worden gecorrigeerd. Voor de jaren 2013 - 2015 volgt de Belastingdienst de aangiften weer wel. Wat vindt de rechter hiervan?

Het enkel volgen van de aangiften in eerdere jaren brengt op zich niet mee dat belanghebbende geen bewijs met schriftelijke bescheiden meer hoeft te leveren en dat hij de stukken niet meer hoeft te bewaren. Denkbaar is echter dat na ommekomst van een zekere periode het recht van de Belastingdienst vervalt om de schriftelijke bescheiden op te vragen. Voor deze periode sluit het gerechtshof aan bij de termijn die de Belastingdienst heeft voor navordering, vijf jaar.

In 2013 was de navorderingstermijn over 2007 verstreken. De Belastingdienst heeft pas in 2013, derhalve zes jaren na de verhoging van de hypotheek, om de schriftelijke bescheiden gevraagd. Dat is te laat. Daarbij komt dat ook in de jaren daarna, in 2013 tot en met 2015 de aangiften steeds zijn gevolgd.

Tip: Volgens het gerechtshof heeft de Belastingdienst een navorderingstermijn van vijf jaar om van u als particulier bewijsstukken te vragen. Vermoedelijk zal de Belastingdienst deze kwestie nog aan de hoogste rechter voorleggen.

Lees meer
14 sep

Met bestelauto naar rechter: privégebruik?

Een monteur die elke dag 24 uur oproepbaar is, rijdt in een bestelauto van zijn werkgever. Met ingang van het jaar 2012 gebruikt de monteur de bestelauto niet meer privé. In februari 2013 is er een zitting bij de rechter over het privégebruik in de periode tot en met 2011. De monteur neemt de bestelauto mee naar de zitting om aan te tonen dat deze door aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. De Belastingdingdienst vindt dit een privérit en telt over 2013 het autokostenforfait bij. Hierover volgt een nieuwe rechtszaak.

Het gerechtshof vindt de bijtelling onterecht. De Belastingdienst heeft het karakter van de rit naar de zitting pas op 15 december 2015 ter discussie gesteld, terwijl voor het overige geen dubieuze ritten zijn geconstateerd. Dat is te laat. De wettelijke regeling eist controle in de actualiteit. De regeling is erop gericht dat de Belastingdienst de werknemer en de inhoudingsplichtige binnen redelijke termijn bevraagt over een geconstateerde dubieuze rit.  

Daar komt bij dat deze rit naar de zitting, bedoeld om de bestelauto als bewijsmiddel te laten zien, redelijkerwijs niet met een fiscale bijtelling bestraft behoort te worden. De Belastingdienst handelt disproportioneel en niet in overeenstemming met de bedoeling van de bijtellingsregeling. De rechter veroordeelt de Belastingdienst in de kosten van de procedure.

Tip: Deze uitspraak is een mooi voorbeeld van corrigerend optreden door de rechter als de Belastingdienst een wettelijke regeling al te strikt toepast. De rechter laat in de uitspraak duidelijk blijken dat hij het standpunt van de fiscus volstrekt onredelijk vindt.

Lees meer
31 aug

Eetcafé lukt niet: fiscale navordering

Een VOF exploiteert een eetcafé. In het jaar van oprichting en de drie jaren daarna heeft de VOF uitsluitend verlies geleden. De Belastingdienst corrigeert de aangifte over het laatste verliesjaar: de aftrek van het verlies uit de VOF, de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling worden geschrapt. Ook eerder jaren worden via navorderingsaanslagen gecorrigeerd. Een firmant gaat naar de belastingrechter.

Nu sprake is van een jarenlang negatief resultaat moet volgens de rechtbank de firmant aannemelijk maken dat uit het eetcafé objectief gezien wel voordeel is te verwachten. Dat is een vereiste voor fiscaal ondernemerschap.

De firmant voert aan dat na een verbouwing een lekkage ervoor heeft gezorgd dat de keuken niet kon worden gerealiseerd. In het bargedeelte bleven alleen de oude klanten komen. De zaak is toen regelmatig dicht geweest om toch de keuken te installeren. Het lukte niet om een terrasvergunning te krijgen. Bovendien werden voor de ingang veel fietsen neergezet. Een lekkage bij de bovenbuurman legde de keuken ook weer langdurig stil. Oude klanten bleven steeds meer weg en nieuwe kwamen er niet. Kortom, een pechscenario.

De rechtbank heeft begrip voor alle goede bedoelingen en tegenslagen maar oordeelt dat hiermee geen objectieve voordeelsverwachting wordt onderbouwd, integendeel. Er was en is dus geen fiscale onderneming. Het gelijk is aan de Belastingdienst.

Tip: Hard werken, teleurstellingen en tegenslag horen bij ondernemerschap. Het zijn echter geen argumenten om fiscaal ondernemerschap aannemelijk te maken.

Lees meer
31 aug

Kandidaat zegt op voor eerste werkdag: schadevergoeding?

Een constructeur krijgt een aanlokkelijk aanbod van een concurrent van zijn werkgever. Hij tekent daar op 10 april een arbeidsovereenkomst, ingaande 1 juni. Op 13 april zegt hij zijn huidige arbeidsovereenkomst op. Een goed gesprek volgt en hij krijgt van zijn huidige werkgever een forse loonsverhoging. Hij trekt zijn opzegging in en zegt op 24 april de nog niet ingegane arbeidsovereenkomst bij de concurrent op. Hoe loopt dit af?

De concurrent eist bij de rechter afgerond € 16.000 schadevergoeding van de constructeur omdat hij onrechtmatig zou hebben opgezegd.

Volgens de kantonrechter heeft de constructeur met de brief van 24 april de voor hem geldende opzegtermijn van één maand in acht genomen. Het is niet conform enige wetsbepaling en bovendien onredelijk om, zoals de concurrent doet, aan te nemen dat die termijn pas begint te lopen op de eerste werkdag. Door ruim voor datum indiensttreding op te zeggen heeft de constructeur immers ook de kans geboden om tijdig een andere kandidaat te vinden, hetgeen nu juist de ratio is van de opzegtermijn voor de werknemer.

De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de concurrent in de proceskosten.

Tip: Werkgevers gaan vanwege de overspannen arbeidsmarkt agressiever werven. Als dat, zoals hier, niet tot succes leidt, kan de frustratie daarover niet in de vorm van een rekening bij een kandidaat worden neergelegd.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.