Nieuws

27 apr

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij vastgoed-BV

Een vader schenkt aan zijn zoon een aandeel in een vastgoed-BV. Deze BV neemt deel in de exploitatie en ontwikkeling van vastgoed, onder meer winkelcentra, kantoorgebouwen en bedrijfshallen. De schenkbelasting kent een forse vrijstelling voor ondernemingsvermogen in het kader van bedrijfsopvolging. De vraag is of hier sprake is van ondernemingsvermogen. De Belastingdienst vindt van niet.

De rechtbank denkt daar anders over. De activiteiten van de BV zijn niet enkel verricht met het oog op de verkoop en verhuur. Ze zijn omvangrijker dan bij vermogensbeheer gebruikelijk is en zijn gericht op het behalen van een hoger rendement. Bovendien loopt de BV een groter risico.

In beroep oordeelt ook het gerechtshof dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. Er wordt meer arbeid verricht en er is meer rendement. Het betreft een grote vastgoedportefeuille (WOZ-waarde € 7.318.800), waarin regelmatig ontwikkelingsactiviteiten plaatsvinden met voortdurende inschakeling van professionele deskundigen, zoals juristen en makelaars, onder actief toezicht van de directie van de BV. Het gemiddeld behaalde directe rendement van de BV is 9,3% per jaar, terwijl het gemiddelde rendement in Nederland van beleggingen in winkels en kantoren slechts 6,4% is.

Tip: De bedrijfsopvolgingsfaciliteit biedt een forse besparing van schenk- en  erfbelasting. Deze geldt ook bij een vastgoed-BV die een onderneming drijft. U dient dan onder meer aannemelijk te maken dat sprake is van meer arbeid en meer rendement dan bij vermogensbeheer.

Lees meer
13 apr

Vervanging kleine ondernemersregeling BTW

Het is de bedoeling dat de huidige kleine ondernemersregeling in de BTW per 1 januari 2020 wordt vervangen door een omzetgerelateerde vrijstellingsregeling. Voor toepassing van de huidige regeling moet de ondernemer allerlei (her)berekeningen maken. De nieuwe regeling gaat uit van een simpele omzetgrens. Als de ondernemer daar onder blijft, kan hij kiezen of hij de regeling toepast. Wat betekent dit in de praktijk?

Als de ondernemer ervoor kiest om de regeling toe te passen, dan brengt hij geen BTW in rekening aan zijn afnemers. Hij kan de BTW die andere ondernemers hem in rekening brengen ook niet aftrekken. Hij is met andere woorden van BTW vrijgesteld. Hij hoeft geen BTW-aangifte te doen. Ook zijn er geen administratieve verplichtingen, tenzij de ondernemer goederen levert en de plaats van levering buiten Nederland ligt.

Tip: De nieuwe regeling per 1 januari 2020 gaat ook gelden voor rechtspersonen, zoals BV’s, verenigingen en stichtingen.

Lees meer
13 apr

Aannemer of hovenier?

Een aannemersbedrijf levert en plaatst gevels voor woningen, flatgebouwen en kantoren tegen een zogenoemde 'all in' prijs. Het besteedt alle werkzaamheden uit aan onderaannemers. Daarnaast doet het bedrijf via een andere BV hovenierswerkzaamheden met hoofdzakelijk eigen werknemers. De vraag is nu of het bedrijf ingedeeld moet worden in sector 1 (agrarisch bedrijf) of sector 3 (bouwbedrijf). Het belang: een flink verschil in verschuldigde premies.

Als een werkgever werkzaamheden laat verrichten die behoren tot verschillende sectoren, bepaalt de wet dat hij van rechtswege is aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren waarvoor hij als werkgever in de regel het grootste bedrag aan premieplichtig loon betaalt of vermoedelijk zal betalen.  Daarbij geldt de loonsom bij de werkgever zelf als maatstaf. De loonsom van de voor de werkzaamheden ingeschakelde onderaannemers is niet relevant.

Tip: Als een bedrijf werkzaamheden uitvoert die tot meer sectoren behoren, gaat het voor de sectorindeling van eigen werknemers om hun premieplichtig loon, niet om de werkzaamheden met de hoogste omzet. Met goed advies over sectorindeling kunt u geld besparen.

Lees meer
13 apr

Transitievergoeding bij ontslag op staande voet?

Een magazijnbediende wordt op staande voet ontslagen. Hij was voor de tweede maal onder invloed van alcohol op het werk verschenen. Na de eerste keer had hij al op basis van de geldende afspraken over alcohol een officiële waarschuwing gehad. Volgens de kantonrechter is sprake van een dringende reden voor ontslag en van ernstig verwijtbaar handelen. Hij ziet geen ruimte voor toekenning van een transitievergoeding. De hoogste rechter nuanceert dat echter.

In geval van een rechtsgeldig ontslag op staande voet kan wel degelijk recht bestaan op een transitievergoeding. Als vaststaat dat er een dringende reden voor ontslag is, staat nog niet automatisch vast dat het ontslag te wijten is aan ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Met ander woorden: er kan ook een dringende reden zijn, zonder dat de werknemer van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt.

In dit geval heeft de magazijnbediende gemotiveerd bepleit dat hem wegens zijn alcoholverslaving geen of hooguit een gering verwijt kan worden gemaakt. Een lagere rechter gaat zich hier nu over buigen.

Tip: Bij ontslag op staande voet zal de rechter, indien hij van oordeel is dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, de aanspraak van de werknemer op een transitievergoeding afzonderlijk beoordelen.

Lees meer
13 apr

Trouwen is soms schenken

Een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden kan leiden tot een belaste schenking. Het vermogen van de ene partner kan immers stijgen ten koste van het vermogen van de andere partner. Door wijziging van de regels voor de huwelijksgemeenschap is veel onduidelijkheid ontstaan. Wanneer is nu sprake van een schenking, wanneer niet en gelden er voorwaarden?

De Staatssecretaris van Financiën geeft hierover duidelijkheid voor een aantal gebruikelijke situaties.

Het aangaan van het huwelijk zonder opstellen van huwelijkse voorwaarden, is ook na 1 januari 2018 geen schenking. Trouwen onder huwelijkse voorwaarden of tijdens het huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden opstellen of wijzigen, kan een schenking zijn. In de volgende veel voorkomende situaties is dat niet het geval.

Als echtgenoten huwelijkse voorwaarden aangaan of wijzigen waardoor een wettelijke gemeenschap ontstaat of een algehele gemeenschap van goederen waarin ze voor gelijke delen gerechtigd zijn, is er geen sprake van een belaste schenking.

Soms laten echtgenoten geen gemeenschap van goederen ontstaan, maar spreken ze bij huwelijkse voorwaarden af dat ze bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens verrekenen alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen. Ook dit leidt niet tot een belaste schenking.

Als ongehuwde partners samen een eigen woning hebben aangeschaft en vervolgens gaan trouwen, valt dit gezamenlijke vermogen in de wettelijke gemeenschap. Dat geldt automatisch ook voor een eventuele schuld die is ontstaan bij aanschaf van de woning en die is overeengekomen omdat de ene echtgenoot meer eigen vermogen heeft ingelegd. Bij echtscheiding wordt die schuld in gelijke delen verdeeld, waardoor de partner met meer eigen vermogen benadeeld zou worden. Als echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden uitsluitend deze schuld buiten de wettelijke gemeenschap van goederen houden, keurt de Staatssecretaris goed dat geen sprake is van een belaste schenking.

Een laatste situatie. Stel, een man heeft een vermogen van € 1.000.000. Een vrouw heeft geen vermogen. Ze gaan trouwen onder huwelijkse voorwaarden waarbij ze een algehele gemeenschap van goederen aangaan met de verdeelsleutel man-vrouw van 70-30. Bij ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap is de man dan, bij gelijk gebleven vermogen, gerechtigd tot € 700.000 en de vrouw tot € 300.000. Omdat de man € 1.000.000 had en bij ontbinding van de gemeenschap gerechtigd is tot ten minste de helft van het vermogen, is er geen belaste schenking. Dat is wel het geval als de man en vrouw een verdeling van bijvoorbeeld 30-70 zouden zijn overeengekomen, omdat de gerechtigdheid van de man dan daalt onder 50%.

Tip: Meer lezen? Lees het Besluit van de staatssecretaris.

Lees meer
30 mrt

Werkkostenregeling werkt

De werkkostenregeling (WKR) is het in 2011 ingevoerde systeem voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen in de loonbelasting. Sinds 2015 is de WKR verplicht. Het primaire doel van de invoering van de WKR was om de administratieve lasten voor werkgevers te verminderen. Onlangs is de werkkostenregeling uitgebreid geëvalueerd. Daarover heeft het kabinet zijn standpunt kenbaar gemaakt.

De werkkostenregeling bestaat uit een aantal gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen en een vrije ruimte. Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen vallen tot op zekere hoogte onder een gerichte vrijstelling en blijven daardoor onbelast, zoals reiskosten en studiekosten. Bepaalde vormen van loon in natura, zoals werkplekvoorzieningen en werkkleding, vallen onder een nihilwaardering en blijven op grond daarvan onbelast. De overige vergoedingen en verstrekkingen (met uitzondering van onder andere de ter beschikking gestelde auto en woning) kan de werkgever onder de vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom brengen, waardoor deze onbelast blijven. Hiervoor moet de werkgever deze vergoedingen en verstrekkingen in de administratie aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, waarbij moet worden voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium. Het bedrag dat boven de vrije ruimte uitkomt, valt onder een eindheffing van 80%.

Een belangrijke ontwikkeling is de beperkte invoering per 2015 van het noodzakelijkheidscriterium op het gebied van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. De werkgever mag deze belastingvrij verstrekken en vergoeden mits hij deze redelijkerwijs noodzakelijk acht in het kader van de dienstbetrekking en de kosten daarvan voor zijn rekening neemt. Een eventueel privévoordeel voor de werknemer blijft dan onbelast.

Hoofdconclusie van het kabinet is, dat de werkkostenregeling werkt en dat grote aanpassingen onwenselijk zijn. Wel ziet het kabinet kansen om met kleine aanpassingen de WKR op enkele punten te vereenvoudigen.

De werkgever moet nu vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Die aanwijsverplichting kan wellicht worden geschrapt.

De werkgever moet nu continu elke verstrekking van een maaltijd bijhouden. Als de werkgever het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden door middel van een steekproef mag vaststellen, zou dat de administratieve lasten aanzienlijk verminderen.

Op dit moment moet de werkgever de marktrente bijhouden wanneer hij een personeelslening verstrekt. Herinvoeren van een normrente om het voordeel bij de personeelslening te kunnen berekenen, is voor de werkgever veel eenvoudiger.

Het is niet altijd duidelijk of eigen bijdragen van de werknemer voor een verstrekking strijdig zijn met het als noodzakelijk aanmerken van een verstrekking. Hierover kan de Belastingdienst meer duidelijkheid bieden in het Handboek Loonheffingen.

Tip: In de komende periode zal de Staatssecretaris van Financiën in overleg treden met het bedrijfsleven om na te gaan voor welke aanpassingen draagvlak bestaat. De meest kansrijke opties gaat hij uitwerken in wet- en regelgeving. Hier vindt u de complete evaluatie en het kabinetsstandpunt daarover.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.