Nieuws

12 okt

Sparen in eigen onderneming

Een advocaat heeft bedacht dat sparen op een bankrekening van zijn onderneming fiscaal gunstiger is dan sparen in box 3. In de onderneming wordt immers de werkelijke rente belast, in box 3 een veel hoger forfaitair rendement. De Belastingdienst vindt echter dat de advocaat met circa € 390.000 te veel geld op zijn ondernemingsbalans liet staan. Volgens de Belastingdienst is het meerdere boven € 50.000 duurzaam overtollig en dus privévermogen in box 3. De advocaat gaat naar de fiscale rechter.

Hij voert aan dat hij een flinke buffer nodig heeft. Hij is immers voor circa 80% afhankelijk van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, die gevoelig is voor bezuinigingen, en een collega met wie hij samen het kantoor runt, heeft gedreigd op te stappen. Dat vindt de rechter reële onzekerheden. De buffer van € 50.000 die de Belastingdienst bepleit, voor de vaste lasten en lopende balansverplichtingen van slechts één jaar, is te beperkt. De Belastingdienst is vergeten ook een ruimere buffer, bijvoorbeeld € 100.000 of € 200.000, ter toetsing aan de rechter voor te leggen. Daarom hoeft de rechter zich daar niet over uit te spreken. De advocaat mag de volledige € 390.000 tot zijn ondernemingsvermogen blijven rekenen.

Tip: Sparen in uw onderneming kan fiscaal gunstig zijn. De Belastingdienst kan proberen te bewijzen dat u duurzaam overtollige liquiditeiten op uw balans hebt staan. 

Lees meer
12 okt

Bovenwoning dansschool van de balans?

Man, vrouw en dochter exploiteren in VOF-verband een dansschool in een eigen pand. Beneden is de dansstudio, boven hun woning. Het geheel staat op de fiscale ondernemingsbalans. Als het pand met winst verkocht wordt, komt de vraag op of de bovenwoning wel terecht op de balans stond. Zo niet, dan is immers een flink deel van de behaalde winst belastingvrij. De rechter moest hierover beslissen.

In dit geval heeft geen splitsing in appartementsrechten plaatsgevonden. Maar vast staat dat de bovenwoning zelfstandig verhuurbaar is. In zo’n geval is de keuze die de ondernemer volgens zijn boekhouding heeft gemaakt beslissend, tenzij vast staat dat het woongedeelte uitsluitend diende om zelf in te wonen en niet op enigerlei wijze dienstbaar was zijn aan de onderneming.

 

In dit geval is de vraag of de bovenwoning op enigerlei wijze dienstbaar is geweest aan de onderneming. De Belastingdienst komt met de volgende aanknopingspunten. De firmanten gebruikten de tussendeur in de hal beneden om vanuit de woning naar de dansschool te gaan. Ze deden een deel van de was van de dansschool in de bovenwoning. Op de gevel van de bovenwoning staat sinds 1991 een reclame-uiting van de dansschool. In de bovenwoning logeerde regelmatig een jurylid bij het afdansen. Bovendien deden ze in de bovenwoning een deel van de administratie.

De rechter geeft de Belastingdienst gelijk. De bovenwoning is wel degelijk op enigerlei wijze dienstbaar geweest aan de dansschool.

Tip: Staat uw (boven)woning op uw fiscale de balans en maakt u bij verkoop of staking van uw onderneming winst, dan kan het zinvol zijn te beoordelen of de woning achteraf wellicht altijd verplicht privévermogen is geweest. Uit deze uitspraak blijkt dat dit niet mee zal vallen.

Lees meer
28 sep

Fiscale voorstellen Prinsjesdag

Op Prinsjesdag zijn de fiscale kabinetsplannen in een reeks wetsvoorstellen gepresenteerd. Voor een belangrijk deel gaat het om al eerder aangekondigde maatregelen. Het politieke spel gaat nu beginnen. Rond half december, als de Eerste Kamer over de plannen stemt, weten we definitief hoe de plannen in concrete voorschriften en cijfers gaan uitpakken.

In de inkomstenbelasting krijgen we te maken met wijzigingen in de berekening van de verschuldigde belasting. Deze berekening bevat veel onderlinge afhankelijkheden en de bedragen zijn nog niet definitief. Daarom geven we een samenvatting op hoofdlijnen.

We gaan naar een tweeschijventarief met een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% in 2021. Verder zal het belastingvoordeel van veel aftrekposten in stapjes worden beperkt tot het tarief van de laagste schijf. Het gaat om de hypotheekrenteaftrek, alimentatie en giften, maar ook om de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De algemene heffingskorting wordt echter iets verhoogd, evenals het maximum van de arbeidskorting. In 2021 wordt de maximale arbeidskorting bereikt bij een inkomen van ongeveer € 36.000. Vanaf dit inkomen daalt de korting tot nihil bij een inkomen van iets meer dan € 100.000.

Het eigenwoningforfait gaat met ingang van 2020 in drie stapjes van 0,05%-punt omlaag. Dat geldt niet als uw woning op de balans staat van uw onderneming.

Het forfaitaire rendement 2019 voor uw vermogen in box 3 is vastgesteld. In de vermogensschijf tot en met € 71.650 bedraagt het rendement 1,94%. Van € 71.651 tot en met € 989.736 is dit 4,45%. Boven de € 989.736 bedraagt het 5,60%. Het heffingsvrije vermogen wordt € 30.360.

De energie-investeringsaftrek gaat met ingang van 1 januari 2019 van 54,5 naar 45 procent. Dat is al eerder aangekondigd.

Werkt u als vrijwilliger en ontvangt u van uw vereniging of stichting een vergoeding? Dan is deze onder voorwaarden onbelast. Het maximale onbelaste bedrag gaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. 

Tip: Wilt u weten wat de voorstellen concreet voor u betekenen? We maken graag een individuele berekening. Het kan verstandig zijn te wachten totdat de bedragen en percentages definitief zijn.

Lees meer
28 sep

BTW-ondernemers

Met ingang van 2019 gaat het lage BTW-tarief van 6% naar 9%. Dit heeft gevolgen voor onder meer verkopers van levensmiddelen en boeken, voor schilders en stucadoors, hotels en campings en organisatoren van festivals, concerten en sportevenementen. Zij moeten bepalen of en in hoeverre ze deze verhoging doorbelasten in hun prijzen aan de consument. Kunt u in 2018 vooruit factureren?

In het Belastingplan is bevestigd dat u, als u erin slaagt om in 2018 vooruit te factureren voor diensten en leveringen in 2019, niet in 2019 wordt geconfronteerd met een naheffing van 3% BTW.

Voor kleine ondernemers kennen we de kleine ondernemersregeling (KOR). Deze wordt met ingang van 2020 sterk vereenvoudigd. Een ondernemer met een omzet van minder dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van de KOR. Dat betekent: geen BTW in rekening brengen aan afnemers, geen BTW-aftrek, geen BTW-aangifte en geen administratieve verplichtingen voor de BTW. Uw keuze voor de KOR kunt u slechts eenmaal per drie jaar herzien.

Wilt u per 1 januari 2020 de nieuwe KOR toepassen, dan kunt u dit vanaf 1 juni 2019 tot 20 november 2019 melden bij de Belastingdienst. Bij een melding na 20 november 2019 gaat de KOR voor u pas gelden op of na 1 april 2020.

Tip: De nieuwe kleine ondernemersregeling gaat ook gelden voor verenigingen, stichtingen en BV’s.

Lees meer
28 sep

Werkgevers: bedrijfsfiets en 30%-regeling

De regeling voor de fiets van de zaak wordt met ingang van 2020 sterk vereenvoudigd. Werknemers met een fiets van de zaak krijgen een vaste bijtelling voor het privégebruik van de fiets. Jaarlijks moeten ze 7% van de adviesprijs van de fiets bij hun inkomen tellen. De regeling geldt ook voor elektrische fietsen.

Anders dan bij de bijtelling voor de bedrijfsauto, gelden bij de bedrijfsfiets geen uitzonderingen voor zeer beperkt privégebruik, woon-werkverkeer of fietsen die door aard of inrichting redelijkerwijs niet voor privé te gebruiken zijn.  

Een werkgever die werknemers uit het buitenland in dienst heeft, kan onder voorwaarden gebruik maken van de zogenaamde 30%-regeling. Dat is een vaste belastingvrije vergoeding voor bepaalde extra kosten van de werknemer, ongeacht de werkelijke kosten. Met ingang van 1 januari 2019 gaat de maximale looptijd van deze regeling van acht naar vijf jaar, ook voor bestaande gevallen.

Tip: Als u een werknemer uit het buitenland schoolgeld voor een internationale school vergoedt voor het schooljaar 2018/2019, dan blijft dat ook na 1 januari 2019 onbelast indien de vergoeding plaatsvindt binnen de oorspronkelijke looptijd van de 30%-regeling.

Lees meer
28 sep

Ondernemers met een BV

Het meest onverwachte voorstel in de kabinetsplannen treft veel ondernemers met een eigen BV, de DGA’s. Het kabinet wil excessief lenen van de eigen BV ontmoedigen via een rekening courantmaatregel. Leent u meer dan € 500.000 van uw BV, dan gaat u over het meerdere verplicht afrekenen. Hoe pakt dit uit?

Als de totale som van schulden van de DGA aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen. Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap komt een overgangsmaatregel.

De maatregel treedt volgens het voorstel op 1 januari 2022 in werking. Het kabinet wil DGA’s zo drie jaar de tijd geven om hun excessieve schulden terug te brengen tot maximaal € 500.000 voordat zij over deze leningen box 2-heffing moeten betalen. Een echt wetsvoorstel is er nog niet, dat komt begin 2019. 

DGA’s krijgen bovendien te maken met een verhoging van dat Box 2-tarief. Nu en in 2019 is het 25%, in 2020 gaat het naar 26,25 % en in 2021 naar 26,9%. Deze staat tegenover een stapsgewijze  verlaging van de vennootschapsbelasting. Voor winsten tot € 200.000 wordt het tarief 19% in 2019, 17,5% in 2020 en  16% in 2021. Voor winsten vanaf 200.000 gaat het tarief naar 24,3% in 2019, 23,9% in 2020 en 22,25% in 2021.

De compensatietermijn voor verliezen uit het verleden gaat van negen naar zes jaar.

Uw BV kan met ingang van 2019 op gebouwen in eigen gebruik alleen nog afschrijven als de boekwaarde hoger is dan de WOZ-waarde. Nu kan nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde.

Tip: Als u getroffen dreigt te worden door de rekening courantmaatregel, is het goed om tijdig te bepalen hoe u de gevolgen kunt beperken. Daar helpen we u graag bij.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.