Nieuws

26 okt

Wijzigingen kabinetsplannen voor werkgevers

De dividendbelasting wordt niet afgeschaft. Het kabinet wil de vrijgekomen middelen inzetten voor versterking van het vestigingsklimaat. Zo reserveert het kabinet vanaf 2021 een bedrag van € 200 miljoen structureel om de werkgeverslasten op arbeid te kunnen verlagen. Ook komen er tegemoetkomingen rond de 30%-regeling en de S&O-afdrachtsvermindering.

Overgangsrecht verkorten maximale looptijd 30%-regeling

Voor het vestigingsklimaat is het van groot belang om werkgevers ruimte te bieden om buitenlandse werknemers aan te trekken. Nederland kent mede daarom de zogenoemde 30%-regeling voor ingekomen werknemers, die het mogelijk maakt onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon onbelast te vergoeden. Om de effectiviteit van deze regeling te vergroten, is in het Regeerakkoord afgesproken de maximale looptijd van deze regeling met drie jaar te verkorten. Het kabinet treft alsnog overgangsrecht voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen.

Intensivering S&O-afdrachtvermindering

Voor een goed vestigingsklimaat is innovatiekracht van vitaal belang. Het kabinet ondersteunt R&D-activiteiten via de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). Het kabinet geeft deze ondersteuning een impuls door het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering in 2020 te verhogen met 2%-punt van 14% naar 16%. Innovatieve ondernemers krijgen hierdoor een hogere vermindering van de af te dragen loonbelasting, als zij kosten maken en uitgaven doen ten behoeve van speur- en ontwikkelingswerk.

Lees meer
26 okt

Aanzeggen einde contract, dan nieuw aanbod?

Een werkneemster in de glastuinbouw met een tijdelijk contract ontvangt een aanzegging dat haar arbeidsovereenkomst op de einddatum stopt. Op de einddatum heeft ze feitelijk drie jaar voor de werkgever gewerkt. Na de aanzegging krijgt ze van haar werkgever functies aangeboden met dezelfde arbeidsvoorwaarden. De werkgever wil haar bij nader inzien toch houden. Maar ze vertrekt. De werkgever weigert een transitievergoeding te betalen.

Omdat de werkgever na de aanzegging diverse nieuwe functies tegen dezelfde voorwaarden heeft aangeboden, vindt hij dat de rollen zijn omgedraaid. Hij vindt dat de werkneemster er zelf voor heeft gekozen geen nieuwe overeenkomst te sluiten. En dat ze daarmee het initiatief heeft genomen om bij de werkgever te stoppen. In zo’n geval hoeft een werkgever geen transitievergoeding te betalen.

De rechter stelt vast dat in dit geval de werkgever het einde van de arbeidsovereenkomst correct heeft aangezegd. Uit de wet volgt dat een transitievergoeding is verschuldigd wanneer het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de werkgever. Een werkgever moet dan een transitievergoeding betalen als de arbeidsovereenkomst twee jaar of langer heeft geduurd. Dit geldt ook als de werkgever een tijdelijk contract, dat twee jaar of langer heeft geduurd, niet verlengt.

Met de correcte aanzegging staat vast dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werkgever kwam. Dus moet de werkgever de transitievergoeding betalen.

Tip: Het is verstandig om, voordat u einde contract aanzegt, te bedenken of u een tijdelijke arbeidskracht na einde van het lopende contract voor ander werk wilt inzetten. De maximum transitievergoeding voor 2019 is vastgesteld op € 81.000 bruto (2018: € 79.000).

Lees meer
26 okt

Doorschuiven inkomsten naar BV kinderen

Een ondernemer verkoopt de aandelen in zijn assurantiekantoor en verhuurt daarna het bedrijfspand aan de overnemer. Hij wordt adviseur en stuurt daarvoor maandelijks een rekening aan het bedrijf. Na een jaar spreekt hij met het assurantiekantoor af dat de facturen voor de advieswerkzaamheden deels van hem en deels van een BV van zijn kinderen gaan komen. Dan stelt de Belastingdienst een boekenonderzoek in.

Bij het onderzoek wordt vastgesteld dat de BV van de kinderen geen contractuele relatie heeft met het assurantiekantoor en er ook geen advieswerkzaamheden voor heeft verricht. De ex-ondernemer heeft de werkzaamheden zelf verricht en slechts met het assurantiekantoor afgesproken dat een deel van de vergoeding aan de BV van de kinderen zou worden betaald. Fiscaal wordt deze vergoeding daarom rechtstreeks aan de ex-ondernemer toegerekend en alsnog bij hem belast met inkomstenbelasting als resultaat uit overige werkzaamheden.

De rechter komt eraan te pas. Deze oordeelt dat inderdaad niet was afgesproken dat de BV van de kinderen een adviseursrol zou krijgen en voor de invulling daarvan de ex-ondernemer zou inzetten. De vergoeding voor de door de ex-ondernemer verrichte werkzaamheden heeft hij daarom fiscaal zelf genoten. Het is daarvoor niet van belang dat hij heeft afgesproken dat het assurantiekantoor zijn vergoeding deels aan een ander betaalt. De werkzaamheden die hij verrichtte zijn zozeer verknocht met zijn persoon, dat hetgeen uit de werkzaamheden voortvloeide enkel hem aanging. Fiscaal gebeuren er bij betaling van de vergoeding twee dingen: de ex -ondernemer ontvangt zijn vergoeding en schenkt deze aan de BV van de kinderen.

Let op: U kunt dus fiscaal belast inkomen uit werkzaamheden genieten, dat u niet in geld ontvangt, maar al hebt weggeschonken voordat u het ontvangt.

Lees meer
26 okt

Wijzigingen kabinetsplannen voor ondernemers met een BV

Het kabinet heeft besloten de dividendbelasting niet af te schaffen. Op 15 oktober 2018 heeft het kabinet een pakket maatregelen voorgesteld om de vrijgekomen middelen in te zetten voor versterking van het vestigingsklimaat. Een flink deel van de  maatregelen die op Prinsjesdag zijn aangekondigd, wordt daarmee aangepast. Vijf tegemoetkomingen gelden voor de ondernemer met een BV.

Verdere verlaging hoge vennootschapsbelastingtarief

Het kabinet verlaagt het hoge vennootschapsbelastingtarief (Vpb-tarief) van 22,25% naar 20,5% per 2021. Het hoge Vpb-tarief komt daarmee 0,5%-punt uit onder het eerder in het Regeerakkoord voorgestelde niveau van 21%. Per saldo verlaagt het kabinet het hoge Vpb-tarief met 4,5%-punt. De in het Regeerakkoord voorziene verlaging van het hoge Vpb-tarief in 2019 wordt uitgesteld; het tarief blijft in 2019 25%.

Ondersteuning MKB: verdere verlaging lage vennootschapsbelastingtarief

Als extra impuls voor vooral het MKB verlaagt het kabinet het lage Vpb-tarief (stapsgewijs) verder van 16% naar 15% in 2021. In totaal verlaagt het kabinet het lage vennootschapsbelastingtarief met 5%-punt; het lage Vpb-tarief wordt met 1%-punt extra verlaagd ten opzichte van het Regeerakkoord.

Verzachten rekening-courantmaatregel directeuren-grootaandeelhouders

In de aanbiedingsbrief bij het pakket Belastingplan 2019 is aangekondigd het excessief lenen van de eigen vennootschap door directeur-grootaandeelhouders te ontmoedigen (rekening-courantmaatregel). De eerder geschetste contouren worden verzacht. In plaats van een overgangsregeling voor bestaande eigenwoningschulden worden ook nieuwe eigenwoningschulden van de dga uitgezonderd. Bovenop deze eigenwoningschuld zal een aanvullende drempel van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk gelden.

Overgangsrecht beperking afschrijving gebouwen in de vennootschapsbelasting

Er wordt overgangsrecht geïntroduceerd om de effecten van de beperking van de afschrijvingsmogelijkheden op gebouwen in eigen gebruik die recent in gebruik zijn genomen te verzachten. Hiermee wordt de door het kabinet voorgestelde beperking van de mogelijkheden om af te schrijven op gebouwen in eigen gebruik verzacht. Als het gebouw voor 1 januari 2019 door de belastingplichtige in gebruik is genomen en op dat gebouw nog geen 3 jaar is afgeschreven, dan mag de belastingplichtige alsnog deze 3 jaar volgens het oude regime blijven afschrijven. Het maakt in die gevallen niet uit of de boekwaarde daardoor onder 100% van de WOZ-waarde komt (uiteraard geldt wel de beperking tot 50% van de WOZ-waarde onder het huidige recht). Deze overgangsmaatregel komt met name terecht bij bedrijven die recentelijk in vastgoed hebben geïnvesteerd.

Verkorting terugwerkende kracht spoedreparatie fiscale eenheid

In het aanhangige wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid was voorzien dat de spoedreparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting zouden terugwerken tot en met 25 oktober 2017, 11.00 uur. Als verzachtende maatregel zal het kabinet deze terugwerkende kracht beperken tot en met 1 januari 2018. Daarmee wordt voor de meeste belastingplichtigen voorkomen dat de aangifte vennootschapsbelasting 2017 moet worden ingediend met inachtneming van de (op dit moment nog niet tot wet verheven) spoedreparatiemaatregelen.

Lees meer
12 okt

Bovenwoning dansschool van de balans?

Man, vrouw en dochter exploiteren in VOF-verband een dansschool in een eigen pand. Beneden is de dansstudio, boven hun woning. Het geheel staat op de fiscale ondernemingsbalans. Als het pand met winst verkocht wordt, komt de vraag op of de bovenwoning wel terecht op de balans stond. Zo niet, dan is immers een flink deel van de behaalde winst belastingvrij. De rechter moest hierover beslissen.

In dit geval heeft geen splitsing in appartementsrechten plaatsgevonden. Maar vast staat dat de bovenwoning zelfstandig verhuurbaar is. In zo’n geval is de keuze die de ondernemer volgens zijn boekhouding heeft gemaakt beslissend, tenzij vast staat dat het woongedeelte uitsluitend diende om zelf in te wonen en niet op enigerlei wijze dienstbaar was zijn aan de onderneming.

 

In dit geval is de vraag of de bovenwoning op enigerlei wijze dienstbaar is geweest aan de onderneming. De Belastingdienst komt met de volgende aanknopingspunten. De firmanten gebruikten de tussendeur in de hal beneden om vanuit de woning naar de dansschool te gaan. Ze deden een deel van de was van de dansschool in de bovenwoning. Op de gevel van de bovenwoning staat sinds 1991 een reclame-uiting van de dansschool. In de bovenwoning logeerde regelmatig een jurylid bij het afdansen. Bovendien deden ze in de bovenwoning een deel van de administratie.

De rechter geeft de Belastingdienst gelijk. De bovenwoning is wel degelijk op enigerlei wijze dienstbaar geweest aan de dansschool.

Tip: Staat uw (boven)woning op uw fiscale de balans en maakt u bij verkoop of staking van uw onderneming winst, dan kan het zinvol zijn te beoordelen of de woning achteraf wellicht altijd verplicht privévermogen is geweest. Uit deze uitspraak blijkt dat dit niet mee zal vallen.

Lees meer
12 okt

Transitievergoeding bij minder werken?

Een werkneemster moet wegens haar gezondheid minder uren gaan werken. De bestaande  arbeidsovereenkomst wordt beëindigd en ze krijgt een nieuwe, met 45% minder uren. Werknemers hebben, als ze 2 jaar of langer in dienst zijn geweest, recht op een transitievergoeding. In dit geval blijft de werkneemster echter gewoon in dienst bij de werkgever. Hoe pakt dit uit?

De hoogste rechter heeft hierover een belangrijke uitspraak gedaan. De bestaande arbeidsovereenkomst is in dit geval in feite gedeeltelijk beëindigd. Daarom dient de werkgever naar evenredigheid van de omvang van die beëindiging een transitievergoeding te betalen.

De rechter vindt dit gerechtvaardigd in het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Hierbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Het maakt dan niet uit of de vermindering van de arbeidsduur heeft plaatsgevonden in de vorm van gedeeltelijke beëindiging, algeheel ontslag gevolgd door een aangepaste arbeidsovereenkomst of aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst.

Let op: U kunt als werkgever dus een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd zijn als u de arbeidsduur van een werknemer vermindert wegens bijzondere omstandigheden. Het moet een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent betreffen die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn. De gedeeltelijke transitievergoeding wordt berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd en gaat uit van het loon waarop voorheen aanspraak bestond.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.