Nieuws

22 nov

Eindejaarstips voor ondernemers met BV

Met ingang van 2022 wordt excessief lenen bij de eigen BV belast tegen het dan geldende box 2-tarief. Het box 2-tarief is in 2018 en 2019 nog 25%, daarna stijgt het. Van excessief lenen is sprake als u naast een eventuele eigenwoninglening bij de eigen BV meer dan € 500.000 van uw BV leent. Overweeg daarom in 2018 of 2019 al maatregelen als u in deze situatie verkeert. Wat zijn andere aandachtspunten?

Gebruik uw vrije ruimte over 2018

Als directeur-grootaandeelhouder kunt u wellicht uw jaarlijkse vrije ruimte in de werkkostenregeling nog voor 31 december 2018 onbelast of laag belast optimaliseren.

Afkoop pensioen in eigen beheer?

U kunt tot en met 2019 kiezen wat u met in eigen beheer opgebouwde pensioen wilt doen: afstempelen en afkopen met korting, afstempelen met omzetting in oudedagsverplichting of bevriezen. De korting bij afkoop bedraagt 25%. Per 2019 wordt dat 19,5%.

Dividend uitkeren?

Het tarief van de box 2-heffing gaat in 2020 van 25% naar 26,25%. Na 2021 stijgt het door naar 26,9%. Met name als u dividend uit uw BV gebruikt voor consumptieve bestedingen of wilt aanwenden voor aflossing van een (excessieve) lening bij uw BV kan het verstandig zijn uiterlijk in 2019 de uitkering te doen.

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Lees meer
22 nov

Eindejaarstips voor particulieren en ondernemers

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan de komende jaren omlaag. De meeste aftrekposten kunt u de komende jaren alleen nog tegen een lager tarief in aftrek brengen. Het is dus raadzaam te onderzoeken of u aftrekposten naar voren kunt halen of inkomen uit kunt stellen. Denk hierbij aan giften, lijfrenten, scholingsuitgaven en specifieke zorgkosten. Wat zijn andere aandachtspunten?

Samenvoegen giften en zorgkosten

Voor giften en zorgkosten geldt elk kalenderjaar een drempelbedrag. Aftrek is pas mogelijk als u meer uitgeeft. Het kan raadzaam zijn om, als dat kan, deze uitgaven over meerdere jaren te combineren om daardoor de jaardrempel te overschrijden.

Schenkingen

Voor de schenkbelasting gelden jaarlijks vrijgestelde bedragen. Schenkingen kunt u dus juist beter spreiden, om belastingheffing te voorkomen. Voor schenkingen aan kinderen geldt in 2018 een standaardvrijstelling tot € € 5.363. Maar er is ook een eenmalige verhoogde vrijstelling tot € 25.731. Verder gelden er eenmalige vrijstellingen voor schenkingen ten behoeve van een dure studie (€ 53.602) of ten behoeve van de eigen woning (€ 100.800). Daarvoor gelden bijzondere regels.

Extra aflossen op uw hypotheek?

Hebt u een relatief lage hypotheekschuld en voldoende vrij beschikbaar geld op de bank, dan kan het verstandig zijn nog dit jaar extra op de hypotheek af te lossen. Daarmee verlaagt u uw vermogen in box 3 en mogelijk de bijtelling eigenwoningforfait.  

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Lees meer
09 nov

Loon onderdeel van winst uit onderneming?

Een saxofonist is beroepsmusicus en als zodanig fiscaal ondernemer. Hij geeft saxofoonlessen als vrije beroepsbeoefenaar, maar ook in loondienst. Hij vindt dat zijn looninkomsten deel uitmaken van zijn winst uit onderneming als beroepsmusicus. De in loondienst gewerkte uren tellen daarom mee voor het urencriterium in verband met de ondernemersfaciliteiten. De Belastingdienst denkt hier anders over.

De rechtbank geeft een oordeel. Er is hier sprake van de wettelijk vereiste nauwe samenhang tussen de werkzaamheden als ondernemer zelfstandige en in loondienst. Als de werkzaamheden in loondienst bijkomstig zijn ten opzichte van de werkzaamheden in het kader van de onderneming, heeft de saxofonist gelijk. Financieel gezien zijn de inkomsten echter nagenoeg gelijkelijk verdeeld tussen loon en winst. Ook de tijdsbesteding van de loonwerkzaamheden is ondergeschikt aan die als freelancer. Daarom stelt de rechter de Belastingdienst in het gelijk.

Tip: Is er samenhang tussen uw werkzaamheden als ondernemer en in loondienst? Dan gaan de inkomsten uit loondienst op in uw winst uit onderneming als de loonwerkzaamheden bijkomstig zijn.

Lees meer
09 nov

Familielening eigen woning: rente 9%

Een jong stel bewoont een eigen woning die op naam staat van de man. Voor de aankoop heeft hij in 2015 van zijn ouders een annuïteitenlening van € 271.556 gekregen met een looptijd van 30 jaar. De rente is 9% en staat voor 15 jaar vast. Er zijn geen zekerheden gesteld. De Belastingdienst corrigeert de renteaftrek naar een rente van 4,5% en constateert een schenking van het meerdere aan de ouders.

Partijen gaan naar de rechtbank. Daar legt de Belastingdienst documentatie voor over de hoogte van een zakelijk rentepercentage. Daaruit blijkt volgens de rechtbank dat ten tijde van het afsluiten van de geldlening een rentepercentage in de bandbreedte van rond de 3% gangbaar was voor een lening met zekerheidsstelling en een rentevaste periode van 15 jaar.

Het ontbreken van zekerheid rechtvaardigt echter in het algemeen een hoger rentepercentage, omdat de geldverstrekker een hoger risico loopt. Op basis van hetgeen in de zitting naar voren komt, oordeelt de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een substantieel risico dat de zoon zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen. De rechtbank ziet geen zakelijke rechtvaardiging voor het hanteren van het extreem hoge rentepercentage van 9%.

Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de zoon niet door zekerheid is gedekt, is de Belastingdienst uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Dat vindt de rechtbank redelijk.

Tip: De familielening voor aankoop van een eigen woning is terecht zeer populair. Ouders behalen een hoger rendement dan wanneer ze hun spaargeld op de bank laten staan. Voor de kinderen is sprake van een eigenwoninglening met aftrekbare rente. De rente en overige voorwaarden van de lening dienen wel zakelijk te zijn.  

Lees meer
09 nov

Werknemer eist kopie volledig personeelsdossier

Werknemer en werkgever gaan uit elkaar. Er loopt een mediationtraject. In dat kader eist de werknemer op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een kopie van zijn complete personeelsdossier. De werkgever weigert omdat de werknemer deze stukken al heeft dan wel er mee bekend is. Hoe loopt dit af?

De rechtbank wijst op het transparantiebeginsel in de AVG: iedereen moet in de gelegenheid zijn om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Betrokkenen hebben dan ook het recht op inzage en op een kopie van de persoonsgegevens zonder daaraan andere beperkingen te verbinden dan de rechten en vrijheden van anderen. De informatie moet in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek worden verstrekt.  

De wet noemt enkele bijzondere uitzonderingen op het voorgaande. Dat een werknemer al over de stukken beschikt of er bekend mee zou moeten zijn, vormt echter geen wettelijke uitzondering. Hij mag dus ook om een kopie vragen van stukken die al eens eerder zijn verstrekt.  

De rechtbank beslist dat de werkgever binnen drie werkdagen na het vonnis een kopie van alle stukken waarin persoonsgegevens van de werknemer zijn verwerkt aan de werknemer moet overhandigen. Gebeurt dit niet dan volgt een dwangsom van € 500 euro per dag dat de werkgever hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000. 

Let op: Op basis van de AVG dient u als werkgever dus het volledige personeelsdossier aan de werknemer ter beschikking te stellen. En dat binnen een maand na een verzoek daartoe. Dat u dat al eerder hebt gedaan, is geen argument om niet aan een volgend verzoek  gehoor te geven.

Lees meer
09 nov

Overwerk tijd-voor-tijd compenseren in 2019

Sinds 1 januari 2018 moeten werknemers over het totaal aantal gewerkte uren minstens het geldende minimumloon ontvangen. Met ingang van 1 januari 2019 is compensatie van over- of meerwerk in betaalde vrije tijd (tijd-voor-tijd) alleen nog maar mogelijk als dat in een cao is vastgelegd. Er zijn uitzonderingen. Wanneer is tijd-voor-tijd toegestaan, ook zonder cao?

Als een werknemer per maand krijgt betaald, dan is compensatie voor de overuren in vrije tijd binnen de maand waarin de overuren zijn ontstaan nog steeds mogelijk. Het recht op minimumloon geldt immers per betalingsperiode.

Krijgt een werknemer meer betaald dan het minimumloon, dan is tijd-voor-tijd ook in 2019 mogelijk, als de werknemer over alle uren bij elkaar opgeteld ten minste het minimumloon ontvangt. Het recht op het minimumloon geldt immers voor alle uren tezamen.

Tip: Als uw bedrijf geen cao heeft, kunt u snel berekenen of u ook in 2019 nog tijd-voor-tijd mag compenseren. Verdient een werknemer bijvoorbeeld 15 procent meer dan het minimumloon, dan kan hij tot die 15 procent meer werken dan de overeengekomen arbeidsduur, zonder dat u daar compensatie in geld voor hoeft te geven.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.