Nieuws

03 aug

Zieke werknemer ongeoorloofd op vakantie

Een arbeidsongeschikte werknemer start na anderhalf jaar ziekte met re-integratie gericht op het tweede spoor. Afgesproken wordt dat de werknemer op 27 februari bij een andere werkgever begint en in stapjes aan de slag gaat. Hij had echter al eerder verlof aangevraagd tot 9 maart. De werkgever stemt in met een verlof tot uiterlijk 27 februari. De werknemer gaat toch tot 9 maart met vakantie. Werkgever reageert eerst met waarschuwingen, dan met een loonstop en ontslag op staande voet.

Volgens de werkgever was de werknemer ongeoorloofd afwezig vanaf 27 februari 2018. Die ongeoorloofde afwezigheid vormt een dringende reden voor ontslag op staande voet.

De werknemer voert aan dat de werkgever de werkzaamheden in het kader van re-integratie tweede spoor maar buiten zijn vakantie om had moeten organiseren. Zo werkt het niet volgens de kantonrechter. De werkgever riskeert immers een loonsanctie van het UWV als hij niet voldoet aan zijn verplichtingen in het kader van de re-integratie. Daarom hoefde de werkgever niet te wachten met de start van passende werkzaamheden.

Verder voert de werknemer aan dat bij schending van re-integratieverplichtingen ontslag op staande voet niet is toegestaan. Dat klopt volgens de kantonrechter, als de werknemer passende arbeid weigert. Maar hier speelt iets anders. De werknemer is niet op zijn werk verschenen omdat hij vond dat hij vakantie mocht nemen en daarna wel zou kunnen beginnen met de passende arbeid.

De kantonrechter laat zowel de loonstop als het ontslag op staande voet in stand. Hij kent ook geen transitievergoeding en/of billijke vergoeding toe. Bovendien moet de werknemer de proceskosten van de werkgever vergoeden.

Tip: Re-integratieverplichtingen van zowel werkgever als werknemer zijn niet vrijblijvend. Een werknemer kan ook na langdurige arbeidsongeschiktheid niet zomaar wegblijven als afgesproken is dat hij aan passende arbeid gaat beginnen.  

Lees meer
03 aug

BSN uit uw BTW-nummer, wanneer?

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft bepaald dat de Belastingdienst in het btw-identificatienummer niet het burgerservicenummer (BSN) mag gebruiken. Gebruik van dit persoonlijke nummer heeft geen wettelijke grondslag en is niet noodzakelijk. De Belastingdienst kan een btw-ondernemer prima met een andere code registreren. Wat wordt de nieuwe systematiek en hoe wordt die ingevoerd?

Hierover heeft Staatssecretaris Snel de Tweede Kamer een tussenrapportage gestuurd. Het onderzoeksrapport van de Autoriteit Persoonsgegevens bevestigt de urgentie van het uitwerken van een nieuwe nummersystematiek. Deze kan echter niet voor 1 januari 2019, de door de Autoriteit Persoonsgegevens gewenste datum, gerealiseerd worden.

Staatssecretaris Snel heeft de Belastingdienst dit voorjaar gevraagd om alle denkbare varianten op een rij te zetten en te beoordelen op haalbaarheid. Uit deze analyse is als meest praktische variant de zogenaamde conversieservice naar voren gekomen.

Alle bestaande en nieuwe ondernemers/natuurlijke personen krijgen een nieuw btw-identificatienummer voor extern gebruik. De afhandeling van zaken in de systemen van de Belastingdienst blijft gebaseerd op het bestaande BSN-gebaseerde nummer van de ondernemer.

De ondernemer gebruikt het nieuwe nummer in alle uitingen aan derden waarin vermelding van een btw-nummer verplicht is (facturen, website e.d.) en in zijn uitingen aan de Belastingdienst (btw-aangifte, correspondentie e.d.). De Belastingdienst gebruikt het nummer in berichten aan de ondernemer waarin vermelding van het btw-identificatienummer vereist is en die de ondernemer moet delen met derden.

Deze praktische variant leidt nog steeds tot grote complexiteit in de uitvoering. Er zijn risico’s voor de btw-heffing en de verrekening bij intracommunautaire transacties. Het aansluiten van de ICT-systemen op de conversieservice heeft een grote impact. Nu al wordt voorzien dat aansluiting van sommige verouderde systemen moeilijk wordt.

Daarom gaat de staatssecretaris in gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens om te bezien of ruimte bestaat voor een overgangsperiode. Op 1 september start bovendien een commissie van deskundigen met nader onderzoek.

Let op: Staatssecretaris Snel verwacht pas eind 2018 duidelijkheid te kunnen geven over de vervolgstappen rond de vervanging van het btw-identificatienummer.

Lees meer
20 jul

Ontslag na ziekte minder kostbaar

Een werknemer heeft recht op een transitievergoeding als zijn arbeidsovereenkomst minimaal twee jaar heeft geduurd en deze door of vanwege de werkgever wordt beëindigd. Dat is ook het geval bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (doorgaans na twee jaar ziekte) en bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. Een nieuwe wet komt werkgevers tegemoet.

Werkgevers van langdurig arbeidsongeschikte werknemers krijgen ingaande 2020 compensatie voor transitievergoedingen en eventueel daarop in mindering gebrachte transitie- en inzetbaarheidskosten die ze op of na 1 juli 2015 aan langdurige arbeidsongeschikte werknemers hebben betaald. De compensatie wordt verstrekt door het UWV uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Hier staat mogelijk een verhoging van de uniforme Awf-premie tegenover.

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen is de werkgever met ingang van 2020 geen transitievergoeding meer verschuldigd, als in een collectieve arbeidsovereenkomst of regeling namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan voorzieningen zijn getroffen om werkloosheid te beperken of voorzien wordt in een redelijke vergoeding voor werknemers.

Tip: Ga de komende periode na of u op of na 1 juli 2015 de arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer heeft beëindigd en daarbij een transitievergoeding hebt betaald. In dat geval kunt u in 2020 compensatie claimen.

Lees meer
20 jul

Jacquet predikant toch werkkleding

Een predikant kocht een jacquet voor de uitoefening van zijn ambt. In zijn aangifte voerde hij de aanschafkosten op als aftrekbare kosten van werkkleding. Daar was de Belastingdienst het niet mee eens. De rechtbank gaf de Belastingdienst gelijk. In hoger beroep oordeelde het gerechtshof anders. Waarom?

Vast komt te staan dat het jacquet is gekocht in een speciale winkel voor ambtskleding. Vanwege de knopen en hoge sluiting is dit jacquet specifiek geschikt voor de werkzaamheden van een predikant. Deze herkenbare onderdelen maken het jacquet minder geschikt voor privégebruik. Het gerechtshof acht de verklaring van de predikant, dat hij het jacquet ook nooit privé draagt, aannemelijk. Van dagelijks (privé)gebruik is in ieder geval geen sprake.

Tip: Zowel de Belastingdienst als belastingplichtigen laten zo nu en dan de grens van een wettelijk begrip door de rechter toetsen. Als u werkkleding nooit privé draagt, en deze door een bijzondere uitvoering ook minder geschikt is voor privégebruik, kan sprake zijn van aftrekbare kosten.

Lees meer
20 jul

Massaal bezwaar box 3-heffing 2017

De vermogensrendementsheffing, ook wel spaartax genoemd, blijft bezwaren oproepen. De heffing is relatief hoog ten opzichte van het feitelijk rendement op spaargeld. Staatssecretaris Snel heeft bezwaarschriften tegen de vermogensrendementsheffing voor het jaar 2017 aangewezen als massaal bezwaar. Wat betekent dit?

Het bezwaar tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017 moet altijd tijdig en individueel worden ingediend. Van meeliften op proefprocedures zonder zelf een bezwaarschift in te dienen, is geen sprake meer.

Het massaal bezwaar heeft betrekking op de (rechts)vraag of de vermogensrendementsheffing 2017 in strijd is met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, maar zonder dat de schending van de “fair balance” op het niveau van de individuele belastingplichtige wordt beoordeeld, dan wel in strijd is met het discriminatieverbod van art. 14 EVRM.

Als een belastingplichtige een andere rechtsvraag aan de orde wil stellen, moet hij uiteraard ook tijdig een bezwaarschrift indienen. Dat loopt dan niet mee met de massaal bezwaarprocedure. Dit is bijvoorbeeld het geval als de belastingplichtige van mening is dat in zijn specifieke geval de heffing een individuele en excessieve last vormt die in strijd is met de ‘fair balance’.

Tip: Tijdig indienen van een bezwaarschrift is altijd vereist als u de vermogensrendementsheffing in de aanslag inkomstenbelasting 2017 door de rechter wilt laten toetsen.

Lees meer
20 jul

Sectorindeling premieheffing versneld aangepakt

Op dit moment hangt de hoogte van onder meer de WW-premies af van de sector waarin uw bedrijf is ingedeeld. De ene sector is duurder dan de andere. Het is de bedoelding dat dit systeem per 2020 wordt vervangen door premiedifferentiatie naar de aard van het arbeidscontract. Zo moet het voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers een vast contract te geven. Vooruitlopend hierop zijn per 29 juni 2018 drie knelpunten aangepakt.

Wijziging van de sectorindeling op verzoek van de werkgever kan niet meer met terugwerkende kracht. Alleen bij werkgevers die door een verkeerde indeling te weinig premies hebben betaald, kan de Belastingdienst de indeling met terugwerkende kracht veranderen. Een werkgever kan nog wel verzoeken om de indeling voor de toekomst te wijzigen.

Gesplitste aansluiting van een werkgever is voor nieuwe gevallen niet meer mogelijk. Een werkgever kon onderdelen van zijn bedrijf onder sectoren met lagere premies laten vallen. Deze verzoeken worden niet meer in behandeling genomen. 

Werkgevers konden op verzoek binnen een concern met nevenbedrijven en –instellingen worden ingedeeld in dezelfde sector. Dat kan niet meer voor nieuwe gevallen. 

Let op: De wijzigingen zijn ingevoerd met terugwerkende kracht tot 29 juni 2018, 17.00 uur.  De wijzigingen hebben dus geen effect op de wijze waarop werkgevers op dit moment zijn ingedeeld.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.