Nieuws

17 aug

Zakelijk Lexus, privé Audi: bijtelling?

Een directeur krijgt van een BV een Lexus voor zakelijk gebruik ter beschikking. Privé heeft hij een Audi A7. De directeur vraagt en krijgt een Verklaring geen privégebruik voor de Lexus. Na 9 jaar ontvangt hij een vragenbrief van de Belastingdienst. Hij moet gegevens verstrekken waaruit blijkt dat hij de laatste drie jaar de Lexus op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

Tip: Een ter beschikking gestelde auto wordt op basis van de wet geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Dat moet belastingplichtige op overtuigende wijze aantonen.

Een sluitende rittenregistratie met de vereiste gegevens is voldoende bewijs. Houdt u geen rittenadministratie bij, dan neemt u een flink risico. Weliswaar kunt u het bewijs ook op andere manieren leveren, maar dat heeft zelden succes en er is geen weg terug. Achteraf een sluitende rittenadministratie opstellen is nagenoeg onmogelijk.

Een geldige rittenregistratie voor een personenauto bevat ten minste de volgende gegevens: merk, type, kenteken en periode van terbeschikkingstelling van de auto. En per rit: datum, beginstand en eindstand van de kilometerteller, beginadres en eindadres, de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke en het karakter van de rit (zakelijk of privé).

Lees meer
17 aug

Giftenaftrek: controle bij ontvanger

Een belastingplichtige claimt in zijn aangifte Inkomstenbelasting voor € 1.500 aftrekbare giften. Het betreft contante giften. Hij ontvangt een vragenbrief van de Belastingdienst met het verzoek de giften te onderbouwen. Daarom stuurt hij ondertekende kwitanties op, een verklaring van de ontvangende partij dat deze bedragen zijn gedoneerd, plus bankafschriften met opnamen van overeenkomende contante bedragen. Toch wordt de aftrek geweigerd.

Dit speelde onlangs bij de rechter. De Belastingdienst weigerde de giftenaftrek omdat de giften niet in de kasadministratie van de ontvangende partij waren verantwoord. Zo was uit een controle gebleken. De Belastingdienst ging daarom uit van fraude.

De vraag is nu of de belastingplichtige toch voldoende bewijs heeft overlegd om giftenaftrek te krijgen. Wat kan hij meer doen dan wat hij heeft opgestuurd? Is het de verantwoordelijkheid van de schenker om erop toe te zien of zijn gift ook volledig in de administratie van de begiftigde wordt verwerkt?

Volgens de wet worden giften in aanmerking genomen voor zover zij met schriftelijke bescheiden kunnen worden gestaafd. Volgens de rechtbank is de belastingplichtige hierin niet geslaagd, gelet op de bevindingen van de Belastingdienst. De stelling dat een omissie in de kasadministratie van de ontvangende partij niet aan belastingplichtige kan worden toegerekend, leidt niet tot een ander oordeel. Immers, niet is komen vast te staan dat sprake is van een omissie. De rechtbank is van oordeel dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij € 1.500 heeft geschonken.

Let op: Contante giften bevinden zich met deze uitspraak in fiscaal risicogebied. U geeft geld aan iemand die een instelling vertegenwoordigt, maar u kunt uiteraard niet nagaan of de instelling uw geld daadwerkelijk in de kasadministratie verwerkt. De rechter vindt dat uw risico, ook al kunt u uw kant van de gift volledig bewijzen.

Lees meer
17 aug

Discrimineert uw vacaturetekst?

Volgens de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid mag u geen onderscheid maken naar leeftijd als u personeel zoekt. Het College voor de Rechten van de Mens heeft online vacatureteksten onderzocht en 40.000 tot 60.000 gevallen van leeftijdsdiscriminatie gevonden. Wat mag wel en wat niet?

In de beslissing om te solliciteren weegt een leeftijdseis zwaarder dan het salaris, de reistijd en het type contract bij elkaar. Leeftijdsdiscriminatie is verboden. Benoem daarom in uw vacature alleen eigenschappen, vaardigheden en kennis die voor de functie relevant zijn.

Voorbeelden van wat niet is toegestaan: jonge kandidaat, kandidaat tussen 20 en 30, kandidaat ouder dan 40, student, starter, bijbaan naast school of studie, schoolverlater, beginnend/aankomend, junior kandidaat.

Voorbeelden van wat wel mag: junior functie, tweede / volgende stap in carrière, high potential, affiniteit met de jonge doelgroep, sportief en energiek.

Tip: U vindt meer voorbeelden van wat wel en niet is toegestaan op de vacature-check van het College voor de Rechten van de Mens.

Lees meer
17 aug

Linkedinprofiel leidt tot ontslag op staande voet

Een accountmanager New Business wordt bij dezelfde werkgever Sales, Marketing & PR consultant. Dat vermeldt hij op zijn LinkedInprofiel. Na een jaar wordt hij echter teruggeplaatst in zijn oude functie en de werkgever wil de arbeidsovereenkomst beëindigen. De werknemer wil op zoek naar een baan in de marketing. Daarom past hij zijn LinkedInprofiel niet helemaal aan. Dat zint de werkgever niet. Na een aantal waarschuwingen volgt ontslag op staande voet.

De werknemer paste voorafgaand aan het ontslag na een aantal verzoeken wel zijn functiebenaming aan, maar in de kopregel liet hij Marketing en PR staan, terwijl hij daar bij de huidige werkgever niet meer verantwoordelijk voor was.

Hij gaat naar de rechter om het ontslag aan te vechten. Volgens de rechter hoeft een werkgever niet te accepteren dat een werknemer zich naar buiten toe ten onrechte presenteert als verantwoordelijke voor marketing en PR van het bedrijf. Als de werknemer hardnekkig weigert zijn LinkedInprofiel in overeenstemming te brengen met de actuele werksituatie, levert dat een dringende reden op die ontslag op staande voet rechtvaardigt.

De werknemer eist bij de rechter tevens een transitievergoeding. En die krijgt hij. De rechter vindt het gedrag van de werknemer opzettelijk en kinderachtig, maar het vond plaats tegen de achtergrond van onderhandelingen over het einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever.

Tip: Als werkgever kunt u belang hebben bij een correcte functieweergave van uw medewerker op social media. Dat kunt u afdwingen.

Lees meer
03 aug

Zieke werknemer ongeoorloofd op vakantie

Een arbeidsongeschikte werknemer start na anderhalf jaar ziekte met re-integratie gericht op het tweede spoor. Afgesproken wordt dat de werknemer op 27 februari bij een andere werkgever begint en in stapjes aan de slag gaat. Hij had echter al eerder verlof aangevraagd tot 9 maart. De werkgever stemt in met een verlof tot uiterlijk 27 februari. De werknemer gaat toch tot 9 maart met vakantie. Werkgever reageert eerst met waarschuwingen, dan met een loonstop en ontslag op staande voet.

Volgens de werkgever was de werknemer ongeoorloofd afwezig vanaf 27 februari 2018. Die ongeoorloofde afwezigheid vormt een dringende reden voor ontslag op staande voet.

De werknemer voert aan dat de werkgever de werkzaamheden in het kader van re-integratie tweede spoor maar buiten zijn vakantie om had moeten organiseren. Zo werkt het niet volgens de kantonrechter. De werkgever riskeert immers een loonsanctie van het UWV als hij niet voldoet aan zijn verplichtingen in het kader van de re-integratie. Daarom hoefde de werkgever niet te wachten met de start van passende werkzaamheden.

Verder voert de werknemer aan dat bij schending van re-integratieverplichtingen ontslag op staande voet niet is toegestaan. Dat klopt volgens de kantonrechter, als de werknemer passende arbeid weigert. Maar hier speelt iets anders. De werknemer is niet op zijn werk verschenen omdat hij vond dat hij vakantie mocht nemen en daarna wel zou kunnen beginnen met de passende arbeid.

De kantonrechter laat zowel de loonstop als het ontslag op staande voet in stand. Hij kent ook geen transitievergoeding en/of billijke vergoeding toe. Bovendien moet de werknemer de proceskosten van de werkgever vergoeden.

Tip: Re-integratieverplichtingen van zowel werkgever als werknemer zijn niet vrijblijvend. Een werknemer kan ook na langdurige arbeidsongeschiktheid niet zomaar wegblijven als afgesproken is dat hij aan passende arbeid gaat beginnen.  

Lees meer
03 aug

BSN uit uw BTW-nummer, wanneer?

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft bepaald dat de Belastingdienst in het btw-identificatienummer niet het burgerservicenummer (BSN) mag gebruiken. Gebruik van dit persoonlijke nummer heeft geen wettelijke grondslag en is niet noodzakelijk. De Belastingdienst kan een btw-ondernemer prima met een andere code registreren. Wat wordt de nieuwe systematiek en hoe wordt die ingevoerd?

Hierover heeft Staatssecretaris Snel de Tweede Kamer een tussenrapportage gestuurd. Het onderzoeksrapport van de Autoriteit Persoonsgegevens bevestigt de urgentie van het uitwerken van een nieuwe nummersystematiek. Deze kan echter niet voor 1 januari 2019, de door de Autoriteit Persoonsgegevens gewenste datum, gerealiseerd worden.

Staatssecretaris Snel heeft de Belastingdienst dit voorjaar gevraagd om alle denkbare varianten op een rij te zetten en te beoordelen op haalbaarheid. Uit deze analyse is als meest praktische variant de zogenaamde conversieservice naar voren gekomen.

Alle bestaande en nieuwe ondernemers/natuurlijke personen krijgen een nieuw btw-identificatienummer voor extern gebruik. De afhandeling van zaken in de systemen van de Belastingdienst blijft gebaseerd op het bestaande BSN-gebaseerde nummer van de ondernemer.

De ondernemer gebruikt het nieuwe nummer in alle uitingen aan derden waarin vermelding van een btw-nummer verplicht is (facturen, website e.d.) en in zijn uitingen aan de Belastingdienst (btw-aangifte, correspondentie e.d.). De Belastingdienst gebruikt het nummer in berichten aan de ondernemer waarin vermelding van het btw-identificatienummer vereist is en die de ondernemer moet delen met derden.

Deze praktische variant leidt nog steeds tot grote complexiteit in de uitvoering. Er zijn risico’s voor de btw-heffing en de verrekening bij intracommunautaire transacties. Het aansluiten van de ICT-systemen op de conversieservice heeft een grote impact. Nu al wordt voorzien dat aansluiting van sommige verouderde systemen moeilijk wordt.

Daarom gaat de staatssecretaris in gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens om te bezien of ruimte bestaat voor een overgangsperiode. Op 1 september start bovendien een commissie van deskundigen met nader onderzoek.

Let op: Staatssecretaris Snel verwacht pas eind 2018 duidelijkheid te kunnen geven over de vervolgstappen rond de vervanging van het btw-identificatienummer.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.