Nieuws

12 okt

Transitievergoeding bij minder werken?

Een werkneemster moet wegens haar gezondheid minder uren gaan werken. De bestaande  arbeidsovereenkomst wordt beëindigd en ze krijgt een nieuwe, met 45% minder uren. Werknemers hebben, als ze 2 jaar of langer in dienst zijn geweest, recht op een transitievergoeding. In dit geval blijft de werkneemster echter gewoon in dienst bij de werkgever. Hoe pakt dit uit?

De hoogste rechter heeft hierover een belangrijke uitspraak gedaan. De bestaande arbeidsovereenkomst is in dit geval in feite gedeeltelijk beëindigd. Daarom dient de werkgever naar evenredigheid van de omvang van die beëindiging een transitievergoeding te betalen.

De rechter vindt dit gerechtvaardigd in het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Hierbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Het maakt dan niet uit of de vermindering van de arbeidsduur heeft plaatsgevonden in de vorm van gedeeltelijke beëindiging, algeheel ontslag gevolgd door een aangepaste arbeidsovereenkomst of aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst.

Let op: U kunt als werkgever dus een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd zijn als u de arbeidsduur van een werknemer vermindert wegens bijzondere omstandigheden. Het moet een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent betreffen die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn. De gedeeltelijke transitievergoeding wordt berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd en gaat uit van het loon waarop voorheen aanspraak bestond.

Lees meer
12 okt

Zieke werknemer werkt in eigen bedrijf

Een monteur bij een garagebedrijf is arbeidsongeschikt geraakt bij een auto-ongeluk. Zegt hij. In rapportages over de monteur aan de werkgever is steeds sprake van zware medicatie en pijnklachten die het werken onmogelijk maken. De monteur blijkt echter toch auto te rijden en in zijn eigen bedrijfje te werken. Er lijkt iets niet te kloppen. De werkgever schakelt een recherchebureau in om beeldopnamen te maken bij het eigen bedrijf.

Uit de beelden blijkt dat de monteur inderdaad  in zijn eigen bedrijf aan het werk was. Als de werkgever dat hoort, ontslaat hij de monteur direct op staande voet, nog voordat hij het rapport met de beelden ontvangt. De monteur protesteert en vordert bij de rechter doorbetaling van salaris.

Volgens de rechter had de werkgever het rapport met de beelden af kunnen en moeten wachten. Nu stonden er beschuldigende details in de ontslagbrief, die de werkgever wel had gehoord, maar die niet door de beelden werden bevestigd. Daarom klopten de door de werkgever aangevoerde gronden voor het ontslag op staande voet niet. Het ontslag op staande voet vervalt en de werkgever moet enige maanden salaris doorbetalen. 

Maar de werkgever heeft uiteraard voor de zekerheid als tegenverzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst gevraagd wegens ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft op flagrante wijze de medische situatie onjuist voorgesteld.

Het gaat er hier volgens de rechter niet om of werknemer in staat is de bedongen arbeid in volle omvang te verrichten, maar of de werknemer willens en wetens de werkgever (en de door de werkgever ingeschakelde bedrijfsarts) heeft voorgelogen en heeft benadeeld. Dat acht de rechter bewezen. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en kent geen transitievergoeding en billijke vergoeding toe.

Tip: Ontslag op staande voet is een zware maatregel. U moet het als werkgever onverwijld doen, als daar echt reden voor is. Maar u moet het ook schriftelijk bevestigen en onderbouwen. Een lastig spanningsveld. In deze zaak zegt de rechter hierover: hoewel een ontslag op staande voet onverwijld gegeven dient te worden, is deze eis niet zo strikt dat een werkgever niet tot nauwelijks tijd zou hebben om zijn informatie te vergaren en zich te vergewissen van de feitelijke gegrondheid van de verkregen informatie. Een werkgever dient weliswaar voortvarend te handelen, maar er is gelegenheid voor onder meer het instellen van onderzoek, voor intern overleg en voor het inwinnen van (juridisch) advies.

Lees meer
12 okt

Sparen in eigen onderneming

Een advocaat heeft bedacht dat sparen op een bankrekening van zijn onderneming fiscaal gunstiger is dan sparen in box 3. In de onderneming wordt immers de werkelijke rente belast, in box 3 een veel hoger forfaitair rendement. De Belastingdienst vindt echter dat de advocaat met circa € 390.000 te veel geld op zijn ondernemingsbalans liet staan. Volgens de Belastingdienst is het meerdere boven € 50.000 duurzaam overtollig en dus privévermogen in box 3. De advocaat gaat naar de fiscale rechter.

Hij voert aan dat hij een flinke buffer nodig heeft. Hij is immers voor circa 80% afhankelijk van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, die gevoelig is voor bezuinigingen, en een collega met wie hij samen het kantoor runt, heeft gedreigd op te stappen. Dat vindt de rechter reële onzekerheden. De buffer van € 50.000 die de Belastingdienst bepleit, voor de vaste lasten en lopende balansverplichtingen van slechts één jaar, is te beperkt. De Belastingdienst is vergeten ook een ruimere buffer, bijvoorbeeld € 100.000 of € 200.000, ter toetsing aan de rechter voor te leggen. Daarom hoeft de rechter zich daar niet over uit te spreken. De advocaat mag de volledige € 390.000 tot zijn ondernemingsvermogen blijven rekenen.

Tip: Sparen in uw onderneming kan fiscaal gunstig zijn. De Belastingdienst kan proberen te bewijzen dat u duurzaam overtollige liquiditeiten op uw balans hebt staan. 

Lees meer
12 okt

Bovenwoning dansschool van de balans?

Man, vrouw en dochter exploiteren in VOF-verband een dansschool in een eigen pand. Beneden is de dansstudio, boven hun woning. Het geheel staat op de fiscale ondernemingsbalans. Als het pand met winst verkocht wordt, komt de vraag op of de bovenwoning wel terecht op de balans stond. Zo niet, dan is immers een flink deel van de behaalde winst belastingvrij. De rechter moest hierover beslissen.

In dit geval heeft geen splitsing in appartementsrechten plaatsgevonden. Maar vast staat dat de bovenwoning zelfstandig verhuurbaar is. In zo’n geval is de keuze die de ondernemer volgens zijn boekhouding heeft gemaakt beslissend, tenzij vast staat dat het woongedeelte uitsluitend diende om zelf in te wonen en niet op enigerlei wijze dienstbaar was zijn aan de onderneming.

 

In dit geval is de vraag of de bovenwoning op enigerlei wijze dienstbaar is geweest aan de onderneming. De Belastingdienst komt met de volgende aanknopingspunten. De firmanten gebruikten de tussendeur in de hal beneden om vanuit de woning naar de dansschool te gaan. Ze deden een deel van de was van de dansschool in de bovenwoning. Op de gevel van de bovenwoning staat sinds 1991 een reclame-uiting van de dansschool. In de bovenwoning logeerde regelmatig een jurylid bij het afdansen. Bovendien deden ze in de bovenwoning een deel van de administratie.

De rechter geeft de Belastingdienst gelijk. De bovenwoning is wel degelijk op enigerlei wijze dienstbaar geweest aan de dansschool.

Tip: Staat uw (boven)woning op uw fiscale de balans en maakt u bij verkoop of staking van uw onderneming winst, dan kan het zinvol zijn te beoordelen of de woning achteraf wellicht altijd verplicht privévermogen is geweest. Uit deze uitspraak blijkt dat dit niet mee zal vallen.

Lees meer
28 sep

Fiscale voorstellen Prinsjesdag

Op Prinsjesdag zijn de fiscale kabinetsplannen in een reeks wetsvoorstellen gepresenteerd. Voor een belangrijk deel gaat het om al eerder aangekondigde maatregelen. Het politieke spel gaat nu beginnen. Rond half december, als de Eerste Kamer over de plannen stemt, weten we definitief hoe de plannen in concrete voorschriften en cijfers gaan uitpakken.

In de inkomstenbelasting krijgen we te maken met wijzigingen in de berekening van de verschuldigde belasting. Deze berekening bevat veel onderlinge afhankelijkheden en de bedragen zijn nog niet definitief. Daarom geven we een samenvatting op hoofdlijnen.

We gaan naar een tweeschijventarief met een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% in 2021. Verder zal het belastingvoordeel van veel aftrekposten in stapjes worden beperkt tot het tarief van de laagste schijf. Het gaat om de hypotheekrenteaftrek, alimentatie en giften, maar ook om de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De algemene heffingskorting wordt echter iets verhoogd, evenals het maximum van de arbeidskorting. In 2021 wordt de maximale arbeidskorting bereikt bij een inkomen van ongeveer € 36.000. Vanaf dit inkomen daalt de korting tot nihil bij een inkomen van iets meer dan € 100.000.

Het eigenwoningforfait gaat met ingang van 2020 in drie stapjes van 0,05%-punt omlaag. Dat geldt niet als uw woning op de balans staat van uw onderneming.

Het forfaitaire rendement 2019 voor uw vermogen in box 3 is vastgesteld. In de vermogensschijf tot en met € 71.650 bedraagt het rendement 1,94%. Van € 71.651 tot en met € 989.736 is dit 4,45%. Boven de € 989.736 bedraagt het 5,60%. Het heffingsvrije vermogen wordt € 30.360.

De energie-investeringsaftrek gaat met ingang van 1 januari 2019 van 54,5 naar 45 procent. Dat is al eerder aangekondigd.

Werkt u als vrijwilliger en ontvangt u van uw vereniging of stichting een vergoeding? Dan is deze onder voorwaarden onbelast. Het maximale onbelaste bedrag gaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. 

Tip: Wilt u weten wat de voorstellen concreet voor u betekenen? We maken graag een individuele berekening. Het kan verstandig zijn te wachten totdat de bedragen en percentages definitief zijn.

Lees meer
28 sep

BTW-ondernemers

Met ingang van 2019 gaat het lage BTW-tarief van 6% naar 9%. Dit heeft gevolgen voor onder meer verkopers van levensmiddelen en boeken, voor schilders en stucadoors, hotels en campings en organisatoren van festivals, concerten en sportevenementen. Zij moeten bepalen of en in hoeverre ze deze verhoging doorbelasten in hun prijzen aan de consument. Kunt u in 2018 vooruit factureren?

In het Belastingplan is bevestigd dat u, als u erin slaagt om in 2018 vooruit te factureren voor diensten en leveringen in 2019, niet in 2019 wordt geconfronteerd met een naheffing van 3% BTW.

Voor kleine ondernemers kennen we de kleine ondernemersregeling (KOR). Deze wordt met ingang van 2020 sterk vereenvoudigd. Een ondernemer met een omzet van minder dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van de KOR. Dat betekent: geen BTW in rekening brengen aan afnemers, geen BTW-aftrek, geen BTW-aangifte en geen administratieve verplichtingen voor de BTW. Uw keuze voor de KOR kunt u slechts eenmaal per drie jaar herzien.

Wilt u per 1 januari 2020 de nieuwe KOR toepassen, dan kunt u dit vanaf 1 juni 2019 tot 20 november 2019 melden bij de Belastingdienst. Bij een melding na 20 november 2019 gaat de KOR voor u pas gelden op of na 1 april 2020.

Tip: De nieuwe kleine ondernemersregeling gaat ook gelden voor verenigingen, stichtingen en BV’s.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.