Nieuws

07 dec

Zelfstandig of loondienst: voortgang wet DBA

Zelfstandigen en hun opdrachtgevers willen graag duidelijkheid over de juridische en fiscale gevolgen van hun samenwerking. Het kabinet heeft belangrijke voorstellen gedaan om die duidelijkheid te bevorderen. Wat is de stand van zaken? Gaat er per 1 januari 2019 al iets wijzigen?

Hierover heeft de Kamer onlangs een brief ontvangen. In het kort gaat het om de volgende vier maatregelen:

Opdrachtgeversverklaring
Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en er in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt. De uitwerking hiervan ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is. Voor de zomer 2019 volgt hier meer informatie over. Dan wordt ook duidelijk of en hoe het tot 1 januari 2020 lopende uitstel van de handhaving een vervolg krijgt.   

Verduidelijking gezag
Zoals afgesproken in het regeerakkoord, wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers een handvat om zelf te beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking. Het gezagscriterium wordt verduidelijkt per 1 januari 2019 en opgenomen in het Handboek loonheffingen van de Belastingdienst. Uiterlijk per 1 januari 2019 wordt een uitgebreide toelichting in de vorm van een bijlage toegevoegd aan dit Handboek.

Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT)
Het is de bedoeling dat het straks niet meer mogelijk is om langdurig zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Hiermee wordt beoogd aan de onderkant van de arbeidsmarkt schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. Volgens het kabinet is er bij nader inzien een substantieel risico dat de ALTmaatregel strijdig is met EU-recht. Daarom gaat het kabinet ook alternatieve routes verkennen. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. In dat geval zal deze per 1 januari 2021 in werking kunnen treden.

Opt-out
Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De ALT en opt-out zullen samen in wetgeving worden vormgegeven.

Tip: Per 1 januari 2019 geeft een bijlage bij het Handboek loonheffingen u als opdrachtgever of zelfstandige meer houvast om zelf te kunnen bepalen of in uw geval sprake is van een gezagsverhouding.

Lees meer
07 dec

Arts ondernemer naast dienstverband?

Een arts staat in het BIG-register vermeld als arts en tandarts. Hij werkt in dienstbetrekking en wordt opgeleid tot kaakchirurg. Hij verricht daarnaast medisch specialistische werkzaamheden in een ziekenhuis, op basis van een contract met de maatschap mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. De vraag is of deze werkzaamheden als zelfstandig ondernemer zijn verricht.

De arts diende voor de werkzaamheden op naam van de maatschap declaraties in bij de ziekenhuisadministratie. Die controleerde de declaraties, ondertekende die en stuurde die vervolgens door naar de zorgverzekeraar. Declaratie bij en betaling door de zorgverzekeraar geschiedde op basis van de verrichte medisch specialistische handelingen. Belanghebbende kreeg van het ziekenhuis vijftig procent van het bij de zorgverzekeraar gedeclareerde bedrag uitbetaald.

Volgens het gerechtshof is hierbij geen sprake van winst uit onderneming. De werkzaamheden zijn niet zelfstandig en voor eigen rekening en risico verricht. Bovendien was er geen ondernemersrisico.

Daar is de Hoge Raad, de hoogste rechter, het niet mee eens. De arts declareerde op naam van de maatschap en had geen eigen declaratierecht. Ook kreeg hij van de gedeclareerde bedragen “slechts” vijftig procent uitbetaald. Maar dat betekent nog niet dat van zelfstandigheid geen sprake is. Het gerechtshof had deze omstandigheden moeten beoordelen in samenhang met de vereisten van continuïteit en het lopen van ondernemersrisico. Maar over de continuïteit van de werkzaamheden heeft het gerechtshof niets vastgesteld. Verder is onduidelijk waarom het gerechtshof geen betekenis toekent aan het inkomensrisico dat de arts liep indien hij niet voor de werkzaamheden zou worden ingezet. Een ander gerechtshof mag de zaak gaan overdoen.

Let op: Na een ongunstig oordeel van de Belastingdienst kunt u in bezwaar bij de Belastingdienst zelf, dan in beroep bij de rechtbank, dan bij het gerechtshof en daarna naar de Hoge Raad. Soms verwijst die terug naar een ander gerechtshof. De volledige rechtsgang kost geld en tijd. Maar, soms is het belang groot genoeg. 

Lees meer
07 dec

Verhuur 1.100 garageboxen geen onderneming

Een B.V. verhuurt ongeveer 1.100 garageboxen en 57 bedrijfsruimten. De totale waarde van het vastgoed is circa € 10.000.000. De directeur-grootaandeelhouder (DGA) verzoekt de Belastingdienst om de zogenaamde geruisloze terugkeer van de vastgoedonderneming uit de B.V. Dat verzoek wordt afgewezen. Volgens de Belastingdienst is geen sprake van een onderneming.

Het geschil verplaatst zich naar de rechter. Is sprake van normaal actief vermogensbeheer of van een fiscale onderneming? De bewijslast hiervoor legt de rechter bij de DGA. Hij verzoekt immers om toepassing van een bijzondere regeling.

De rechtbank overweegt dat de portefeuille aanzienlijk is. Verhuur van 1.100 garageboxen genereert meer werk dan de verhuur van slechts enkele garageboxen. Maar de aard van de werkzaamheden is niet substantieel anders. Het blijft gaan om het adverteren, het opmaken van huurovereenkomsten, het onderhouden van contacten met huurders, het innen van huren en het (doen) uitvoeren van onderhoud. Dit zijn activiteiten die tot een normaal vermogensbeheer behoren. Enkel de omvang van de vastgoedportefeuille kan niet tot de conclusie leiden dat sprake is van een materiële onderneming.

Naast de garageboxen verhuurt de B.V. 57 bedrijfsruimten. Een klein deel daarvan is in de voorbije jaren opgesplitst in kleinere verhuurbare units. Volgens de rechtbank is dat inspelen op de behoefte in de markt, maar nog geen projectontwikkeling. En al zou het dat wel zijn, binnen het geheel van activiteiten gaat het om incidenten.

De portefeuille genereert als geheel niet meer rendement dan bij normaal vermogensbeheer. Berekeningen van de DGA komen tot een hoger rendement, maar die elimineren ten onrechte de uitgekeerde salarissen. Ook relateert hij de gerealiseerde opbrengst ten onrechte aan de historische kostprijs in plaats van aan de werkelijke waarde.

Al met al is er volgens de rechtbank geen sprake van werkzaamheden die onmiskenbaar ten doel hebben het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende voordeel te boven gaat.

Tip: Een activiteit die u via een B.V. uitoefent, is niet altijd een onderneming in fiscale zin. Dat kan pijnlijk duidelijk worden als u gebruik wilt maken van fiscale regelingen die alleen voor fiscale ondernemingen bedoeld zijn. Dan kan de fiscus, soms terecht, dwars gaan liggen.

Lees meer
07 dec

Arbeidscontract: 0 of 36 uren?

Een vrouw is per 1 juni voor zes maanden bij een instelling in dienst getreden als zorgcoördinator. Ze werkt tegen een in de cao vastgesteld uurloon. Eind juli krijgt ze een betaling en een loonstrook over juni op basis van 156 loonuren. Op 31 augustus meldt ze zich ziek en ze werkt niet meer tot 1 december, de datum waarop haar contract eindigt. Tot die datum wil ze betaald worden. De werkgever weigert.

Rechtsvermoeden
Voor gevallen waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen, biedt de wet een rechtsvermoeden. Als de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, wordt vermoed dat de bedongen arbeid een omvang heeft gelijk aan de gemiddelde arbeidsomvang per maand in de voorafgaande drie maanden. In dit geval levert dit niets op, aangezien mevrouw nog geen drie maanden had gewerkt.

Bewijs 36-urige werkweek
Hoe bewijst de vrouw dat sprake was van een arbeidsovereenkomst met een omvang van 36 uur per week? Ze komt met drie e-mails aan de boekhouder van werkgever waarin ze heeft geschreven dat zij een “36 uur contract” heeft. Daarop is noch door de boekhouder noch door werkgever ontkennend gereageerd. De loonstrook over de maand juli was aanvankelijk gebaseerd op 36 uur per week. Pas later is deze veranderd in een loonstrook met een voorschotbetaling. Uit de loonstrook over juni 2017 blijkt dat over die maand 156 uren zijn uitbetaald, wat neerkomt op 36 uur per week. Maar volgens de urenstaat had ze slechts 146 uren gewerkt. Als sprake zou zijn geweest van een oproepcontract, dan zou het voor de hand hebben gelegen dat 146 uren zouden zijn uitbetaald en niet 156 uren.

Het hof vindt het verder van belang dat in de praktijk niet werd gewerkt met een (oproep)rooster en geen sprake is geweest van daadwerkelijke oproepen. Mevrouw werkte elke dag, van maandag tot en met vrijdag. Hiermee staat voor het gerechtshof vast dat sprake is van een overeengekomen arbeidsomvang van 36 uur per week. Uitgangspunt is dan ook dat ze over de maanden juli en augustus 2017 aanspraak kan maken op een salaris dat is gebaseerd op een 36-urige werkweek, plus het over deze maanden pro rata opgebouwde vakantiegeld en de structurele eindejaarsuitkering.

Ziekteperiode
Over de periode tussen 1 september en 1 december bestrijdt de werkgever met succes dat sprake was van arbeidsongeschiktheid. Mevrouw heeft dus geen recht op loon tijdens haar ziekteperiode.

Aanzegvergoeding
Omdat aanzegging van het einde van haar tijdelijk contract niet heeft plaatsgevonden, eist mevrouw de zogenaamde aanzegvergoeding. De hoogte daarvan is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. De rechter kent deze vergoeding volledig toe.

Tip: Een model of conceptovereenkomst heeft geen bewijskracht. Zorg dus altijd voor een door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst, ook of juist bij een nulurencontract.  

Lees meer
22 nov

Eindejaarstips voor ondernemers met BV

Met ingang van 2022 wordt excessief lenen bij de eigen BV belast tegen het dan geldende box 2-tarief. Het box 2-tarief is in 2018 en 2019 nog 25%, daarna stijgt het. Van excessief lenen is sprake als u naast een eventuele eigenwoninglening bij de eigen BV meer dan € 500.000 van uw BV leent. Overweeg daarom in 2018 of 2019 al maatregelen als u in deze situatie verkeert. Wat zijn andere aandachtspunten?

Gebruik uw vrije ruimte over 2018

Als directeur-grootaandeelhouder kunt u wellicht uw jaarlijkse vrije ruimte in de werkkostenregeling nog voor 31 december 2018 onbelast of laag belast optimaliseren.

Afkoop pensioen in eigen beheer?

U kunt tot en met 2019 kiezen wat u met in eigen beheer opgebouwde pensioen wilt doen: afstempelen en afkopen met korting, afstempelen met omzetting in oudedagsverplichting of bevriezen. De korting bij afkoop bedraagt 25%. Per 2019 wordt dat 19,5%.

Dividend uitkeren?

Het tarief van de box 2-heffing gaat in 2020 van 25% naar 26,25%. Na 2021 stijgt het door naar 26,9%. Met name als u dividend uit uw BV gebruikt voor consumptieve bestedingen of wilt aanwenden voor aflossing van een (excessieve) lening bij uw BV kan het verstandig zijn uiterlijk in 2019 de uitkering te doen.

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Lees meer
22 nov

Eindejaarstips voor particulieren en ondernemers

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan de komende jaren omlaag. De meeste aftrekposten kunt u de komende jaren alleen nog tegen een lager tarief in aftrek brengen. Het is dus raadzaam te onderzoeken of u aftrekposten naar voren kunt halen of inkomen uit kunt stellen. Denk hierbij aan giften, lijfrenten, scholingsuitgaven en specifieke zorgkosten. Wat zijn andere aandachtspunten?

Samenvoegen giften en zorgkosten

Voor giften en zorgkosten geldt elk kalenderjaar een drempelbedrag. Aftrek is pas mogelijk als u meer uitgeeft. Het kan raadzaam zijn om, als dat kan, deze uitgaven over meerdere jaren te combineren om daardoor de jaardrempel te overschrijden.

Schenkingen

Voor de schenkbelasting gelden jaarlijks vrijgestelde bedragen. Schenkingen kunt u dus juist beter spreiden, om belastingheffing te voorkomen. Voor schenkingen aan kinderen geldt in 2018 een standaardvrijstelling tot € € 5.363. Maar er is ook een eenmalige verhoogde vrijstelling tot € 25.731. Verder gelden er eenmalige vrijstellingen voor schenkingen ten behoeve van een dure studie (€ 53.602) of ten behoeve van de eigen woning (€ 100.800). Daarvoor gelden bijzondere regels.

Extra aflossen op uw hypotheek?

Hebt u een relatief lage hypotheekschuld en voldoende vrij beschikbaar geld op de bank, dan kan het verstandig zijn nog dit jaar extra op de hypotheek af te lossen. Daarmee verlaagt u uw vermogen in box 3 en mogelijk de bijtelling eigenwoningforfait.  

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.