Nieuws

09 nov

Loon onderdeel van winst uit onderneming?

Een saxofonist is beroepsmusicus en als zodanig fiscaal ondernemer. Hij geeft saxofoonlessen als vrije beroepsbeoefenaar, maar ook in loondienst. Hij vindt dat zijn looninkomsten deel uitmaken van zijn winst uit onderneming als beroepsmusicus. De in loondienst gewerkte uren tellen daarom mee voor het urencriterium in verband met de ondernemersfaciliteiten. De Belastingdienst denkt hier anders over.

De rechtbank geeft een oordeel. Er is hier sprake van de wettelijk vereiste nauwe samenhang tussen de werkzaamheden als ondernemer zelfstandige en in loondienst. Als de werkzaamheden in loondienst bijkomstig zijn ten opzichte van de werkzaamheden in het kader van de onderneming, heeft de saxofonist gelijk. Financieel gezien zijn de inkomsten echter nagenoeg gelijkelijk verdeeld tussen loon en winst. Ook de tijdsbesteding van de loonwerkzaamheden is ondergeschikt aan die als freelancer. Daarom stelt de rechter de Belastingdienst in het gelijk.

Tip: Is er samenhang tussen uw werkzaamheden als ondernemer en in loondienst? Dan gaan de inkomsten uit loondienst op in uw winst uit onderneming als de loonwerkzaamheden bijkomstig zijn.

Lees meer
09 nov

Familielening eigen woning: rente 9%

Een jong stel bewoont een eigen woning die op naam staat van de man. Voor de aankoop heeft hij in 2015 van zijn ouders een annuïteitenlening van € 271.556 gekregen met een looptijd van 30 jaar. De rente is 9% en staat voor 15 jaar vast. Er zijn geen zekerheden gesteld. De Belastingdienst corrigeert de renteaftrek naar een rente van 4,5% en constateert een schenking van het meerdere aan de ouders.

Partijen gaan naar de rechtbank. Daar legt de Belastingdienst documentatie voor over de hoogte van een zakelijk rentepercentage. Daaruit blijkt volgens de rechtbank dat ten tijde van het afsluiten van de geldlening een rentepercentage in de bandbreedte van rond de 3% gangbaar was voor een lening met zekerheidsstelling en een rentevaste periode van 15 jaar.

Het ontbreken van zekerheid rechtvaardigt echter in het algemeen een hoger rentepercentage, omdat de geldverstrekker een hoger risico loopt. Op basis van hetgeen in de zitting naar voren komt, oordeelt de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een substantieel risico dat de zoon zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen. De rechtbank ziet geen zakelijke rechtvaardiging voor het hanteren van het extreem hoge rentepercentage van 9%.

Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de zoon niet door zekerheid is gedekt, is de Belastingdienst uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Dat vindt de rechtbank redelijk.

Tip: De familielening voor aankoop van een eigen woning is terecht zeer populair. Ouders behalen een hoger rendement dan wanneer ze hun spaargeld op de bank laten staan. Voor de kinderen is sprake van een eigenwoninglening met aftrekbare rente. De rente en overige voorwaarden van de lening dienen wel zakelijk te zijn.  

Lees meer
09 nov

Werknemer eist kopie volledig personeelsdossier

Werknemer en werkgever gaan uit elkaar. Er loopt een mediationtraject. In dat kader eist de werknemer op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een kopie van zijn complete personeelsdossier. De werkgever weigert omdat de werknemer deze stukken al heeft dan wel er mee bekend is. Hoe loopt dit af?

De rechtbank wijst op het transparantiebeginsel in de AVG: iedereen moet in de gelegenheid zijn om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Betrokkenen hebben dan ook het recht op inzage en op een kopie van de persoonsgegevens zonder daaraan andere beperkingen te verbinden dan de rechten en vrijheden van anderen. De informatie moet in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek worden verstrekt.  

De wet noemt enkele bijzondere uitzonderingen op het voorgaande. Dat een werknemer al over de stukken beschikt of er bekend mee zou moeten zijn, vormt echter geen wettelijke uitzondering. Hij mag dus ook om een kopie vragen van stukken die al eens eerder zijn verstrekt.  

De rechtbank beslist dat de werkgever binnen drie werkdagen na het vonnis een kopie van alle stukken waarin persoonsgegevens van de werknemer zijn verwerkt aan de werknemer moet overhandigen. Gebeurt dit niet dan volgt een dwangsom van € 500 euro per dag dat de werkgever hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000. 

Let op: Op basis van de AVG dient u als werkgever dus het volledige personeelsdossier aan de werknemer ter beschikking te stellen. En dat binnen een maand na een verzoek daartoe. Dat u dat al eerder hebt gedaan, is geen argument om niet aan een volgend verzoek  gehoor te geven.

Lees meer
09 nov

Overwerk tijd-voor-tijd compenseren in 2019

Sinds 1 januari 2018 moeten werknemers over het totaal aantal gewerkte uren minstens het geldende minimumloon ontvangen. Met ingang van 1 januari 2019 is compensatie van over- of meerwerk in betaalde vrije tijd (tijd-voor-tijd) alleen nog maar mogelijk als dat in een cao is vastgelegd. Er zijn uitzonderingen. Wanneer is tijd-voor-tijd toegestaan, ook zonder cao?

Als een werknemer per maand krijgt betaald, dan is compensatie voor de overuren in vrije tijd binnen de maand waarin de overuren zijn ontstaan nog steeds mogelijk. Het recht op minimumloon geldt immers per betalingsperiode.

Krijgt een werknemer meer betaald dan het minimumloon, dan is tijd-voor-tijd ook in 2019 mogelijk, als de werknemer over alle uren bij elkaar opgeteld ten minste het minimumloon ontvangt. Het recht op het minimumloon geldt immers voor alle uren tezamen.

Tip: Als uw bedrijf geen cao heeft, kunt u snel berekenen of u ook in 2019 nog tijd-voor-tijd mag compenseren. Verdient een werknemer bijvoorbeeld 15 procent meer dan het minimumloon, dan kan hij tot die 15 procent meer werken dan de overeengekomen arbeidsduur, zonder dat u daar compensatie in geld voor hoeft te geven.

Lees meer
26 okt

Wijzigingen kabinetsplannen voor werkgevers

De dividendbelasting wordt niet afgeschaft. Het kabinet wil de vrijgekomen middelen inzetten voor versterking van het vestigingsklimaat. Zo reserveert het kabinet vanaf 2021 een bedrag van € 200 miljoen structureel om de werkgeverslasten op arbeid te kunnen verlagen. Ook komen er tegemoetkomingen rond de 30%-regeling en de S&O-afdrachtsvermindering.

Overgangsrecht verkorten maximale looptijd 30%-regeling

Voor het vestigingsklimaat is het van groot belang om werkgevers ruimte te bieden om buitenlandse werknemers aan te trekken. Nederland kent mede daarom de zogenoemde 30%-regeling voor ingekomen werknemers, die het mogelijk maakt onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon onbelast te vergoeden. Om de effectiviteit van deze regeling te vergroten, is in het Regeerakkoord afgesproken de maximale looptijd van deze regeling met drie jaar te verkorten. Het kabinet treft alsnog overgangsrecht voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen.

Intensivering S&O-afdrachtvermindering

Voor een goed vestigingsklimaat is innovatiekracht van vitaal belang. Het kabinet ondersteunt R&D-activiteiten via de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). Het kabinet geeft deze ondersteuning een impuls door het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering in 2020 te verhogen met 2%-punt van 14% naar 16%. Innovatieve ondernemers krijgen hierdoor een hogere vermindering van de af te dragen loonbelasting, als zij kosten maken en uitgaven doen ten behoeve van speur- en ontwikkelingswerk.

Lees meer
26 okt

Aanzeggen einde contract, dan nieuw aanbod?

Een werkneemster in de glastuinbouw met een tijdelijk contract ontvangt een aanzegging dat haar arbeidsovereenkomst op de einddatum stopt. Op de einddatum heeft ze feitelijk drie jaar voor de werkgever gewerkt. Na de aanzegging krijgt ze van haar werkgever functies aangeboden met dezelfde arbeidsvoorwaarden. De werkgever wil haar bij nader inzien toch houden. Maar ze vertrekt. De werkgever weigert een transitievergoeding te betalen.

Omdat de werkgever na de aanzegging diverse nieuwe functies tegen dezelfde voorwaarden heeft aangeboden, vindt hij dat de rollen zijn omgedraaid. Hij vindt dat de werkneemster er zelf voor heeft gekozen geen nieuwe overeenkomst te sluiten. En dat ze daarmee het initiatief heeft genomen om bij de werkgever te stoppen. In zo’n geval hoeft een werkgever geen transitievergoeding te betalen.

De rechter stelt vast dat in dit geval de werkgever het einde van de arbeidsovereenkomst correct heeft aangezegd. Uit de wet volgt dat een transitievergoeding is verschuldigd wanneer het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de werkgever. Een werkgever moet dan een transitievergoeding betalen als de arbeidsovereenkomst twee jaar of langer heeft geduurd. Dit geldt ook als de werkgever een tijdelijk contract, dat twee jaar of langer heeft geduurd, niet verlengt.

Met de correcte aanzegging staat vast dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werkgever kwam. Dus moet de werkgever de transitievergoeding betalen.

Tip: Het is verstandig om, voordat u einde contract aanzegt, te bedenken of u een tijdelijke arbeidskracht na einde van het lopende contract voor ander werk wilt inzetten. De maximum transitievergoeding voor 2019 is vastgesteld op € 81.000 bruto (2018: € 79.000).

Lees meer

Wij maken gebruik van cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft.
Ik accepteer cookies van deze website.